Paragraaf 1 Weerstandsvermogen & risicobeheersing

Inleiding

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Het gaat dus om de robuustheid van de begroting.

Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. De risico’s zijn alle voorzienbare risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.

In de Nota houdbare Wageningse gemeentefinanciën 2017 (verder te noemen: de nota Houdbare financiën) is onder meer vastgelegd op welke wijze het weerstandsvermogen wordt berekend en welke norm hiervoor wordt gehanteerd. Deze paragraaf is hierop gebaseerd.

Weerstandscapaciteit

In onderstaande tabel is te zien hoe de weerstandscapaciteit zich in 2021 heeft ontwikkeld.

Onderdeel (x € 1.000) Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2021 na wijziging Rekening 2021 Verschil 2021
Post onvoorzien 0 20 20 0 -20
Onbestemde reserve 863 993 993 3.072 2.080
Kapitaal zonder bestemming 3.814 3.893 3.893 3.891 -2
Reserves grondexploitatie 4.542 4.936 4.936 3.738 -1.199
25% van de batige saldi grondexploitaties 63 63 -63
Overige bestemmingsreserves 604 534 534 678 144
Resultaat na bestemming 6.870 -2.035 5.272 10.167 4.894
Voorstel verdeling resultaat na bestemming -4.661 -3.846 -3.846
TOTAAL 12.032 8.404 15.712 17.699 1.987

 

De berekening van de weerstandscapaciteit is gebaseerd op de nota Houdbare financiën. 

Bij de volgende posten moeten opmerkingen worden gemaakt:

De onbestemde reserve

Op grond van de Reservenotitie laat de stand van de onbestemde reserve uitsluitend het bedrag zien dat vrij besteedbaar is. Eventuele claims maken dus geen deel uit van de onbestemde reserve, de claims zijn opgenomen in de Algemene Bestemmingsreserve.

Reserve Kapitaal zonder bestemming

Met ingang van de nota Houdbare financiën maakt ook deze reserve deel uit van de weerstandscapaciteit

Reserves grondexploitatie

Bij de weerstandscapaciteit wordt deze reserve onder aftrek van de claims voor het volle bedrag meegenomen. De risico’s worden afzonderlijk in beeld gebracht. Voor de Reserve bovenwijkse voorzieningen is het uitgangspunt dat deze volledig nodig is voor het treffen van de daaronder begrepen voorzieningen.

Batige saldi grondexploitatie

In de berekeningen worden deze saldi voor 25% van het totaalbedrag meegenomen.

De bestemmingsreserves

Overeenkomstig de Weerstandsnota wordt bij de vrij beschikbare bestemmingsreserves 50% van het vrij beschikbare bedrag (stand van de reserves minus de claims) meegenomen in de weerstandscapaciteit. De bestemmingsreserves waarvan de bestemming niet te wijzigen is, worden niet meegenomen. Bij de berekening is rekening gehouden met de stand van de volgende reserves (ultimo 2021): Reserve ecologisch groenbeheer (€ 158.000) en Reserve A- vervangingen Automatisering (€ 1.198.000)

Opgetreden of opgeloste risico's

Van de risico’s die gemeld waren in de Programmabegroting 2022 is er geen dat zich in 2021 heeft opgelost c.q. heeft voorgedaan.

Risico’s

Van ieder risico is zo goed mogelijk geschat wat de mogelijke financiële omvang is. Een risico is echter per definitie onzeker van aard, dus moet nadrukkelijk worden opgemerkt dat ook de schatting van de omvang onzeker is. Op grond van de nota Houdbare financiën worden de risico’s voor de geschatte volle omvang opgenomen, mits ze € 100.000 of meer bedragen. Het gaat om de volgende risico’s en bedragen:

Risicoprofiel - Rekening 2021
Omschrijving Geschat bedrag x € 1.000
Algemene uitkering 1.000
Stelpost compensatie jeugdhulp 0
Gewaarborgde leningen 1.000
Grondexploitaties 256
Openeinderegelingen 1.200
Uitbraak coronavirus (COVID-19) PM
Totaal 3.456

 

Toelichting op de risico’s

Algemene uitkering

Het verleden leert dat de ontwikkeling van de algemene uitkering altijd een mate van onzekerheid kent. In het licht van ingrijpende operaties als de herijking van verdeelmodellen voor het sociaal en het klassiek domein, houden we rekening met blijvende onzekere ontwikkelingen. Ook de trap-op-trap-af systematiek (= als het rijk minder of meer uitgeeft dan begroot, dan daalt respectievelijk stijgt ook de algemene uitkering aan de gemeenten) kan van grote invloed zijn op de hoogte van de algemene uitkering. We handhaven het risicobedrag van € 1.000.000.

Stelpost compensatie Jeugdhulp

Naar aanleiding van de richtlijn over het ramen van de compensatie jeugdhulp die voor de zomer van 2021 is opgesteld, mag 75% van de geraamde bedragen zoals opgenomen in de uitspraak van de Commissie van Wijzen als stelpost in de begroting opgenomen worden. Omdat er een zekere onzekerheid blijft bestaan of gemeenten de bijdrage daadwerkelijk zullen ontvangen, stelt de Provincie Gelderland als financieel toezichthouder de eis dat in het totaal van de risico's rekening gehouden wordt met het risico dat er geen of minder compensatie komt. Voor 2021 en 2022 speelt dit risico niet. In de meerjarenraming wordt voor de compensatie uitgegaan van een stelpost van € 1.800.000 voor 2023, € 1.700.000 voor 2024 en € 1.600.000 voor 2025. Deze bedragen zijn voor de betreffende jaren als risico opgenomen. 

Gewaarborgde geldleningen, garanties en verbonden partijen

Voor de risico’s op gewaarborgde geldleningen, garanties en verbonden partijen hanteren we een risicobedrag van € 1.000.000. In de op te stellen verordening inzake garantstellingen en verstrekte geldleningen zullen we ook ingaan op het bepalen van een risicobedrag voor deze zaken.

Grondexploitatie

Voor zowel de onderhanden werken als de kostenverhaalslocaties zijn per project de risico’s in beeld gebracht. De totale omvang van de risico’s bedraagt € 256.453 Voor de onderhanden werken bedraagt het risico € 31.450. Voor de kostenverhaalslocaties bedraagt dit risico € 225.003. Deze risico’s hebben met name te maken met de verhaalbaarheid van de plankosten in projecten.

Diverse openeinderegelingen sociaal domein

Een open einderegeling kenmerkt zich door de onbeperkte toegang. Cliënten kunnen onbeperkt een beroep doen op de gemeentelijke zorg en regelingen. Er worden meer indicaties afgegeven aan cliënten. Er kan sprake zijn van volumegroei van aantal cliënten en een volumegroei in het gebruik van de zorg en regelingen per (bestaande) cliënt. Het gevolg is dat de kosten hoger uitvallen dan in de begroting is opgenomen.

Een beheermaatregel voor het risico van volumegroei is het meer inzetten van goedkopere zorg en preventie.
Voor de risico’s van de openeinderegelingen in het sociaal domein wordt € 1,2 miljoen (3,5% van budget 2022) als risicobuffer gehanteerd als onderdeel van het gemeentebrede weerstandsvermogen.

Regelingen met een open einde karakter:

  • Bijzondere bijstand (waaronder beschermingsbewind, woninginrichting en individuele studietoeslag);
  • Individuele Inkomens Toeslag;
  • Collectieve Aanvullende Ziektekostenverzekering (CAZ);
  • Ik-doe-meefonds;
  • Tegemoetkoming Chronisch zieken en Gehandicapten;
  • Schulddienstverlening;
  • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen en eigen bijdragen Wmo-voorzieningen;
  • Mantelzorgcompliment;
  • Re-integratie trajecten naar werk;
  • Individuele voorzieningen jeugdhulp;
  • Maatwerkvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning;
  • Uitkeringen: algemene bijstand en loonkostensubsidie Particpatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud zelfstandigen);
  • Statushouders.

Uitbraak coronavirus (COVID-19)

Eind februari 2020 heeft het coronavirus ook Nederland en daarmee Wageningen bereikt. Tijdens deze coronapandemie komen veel hulpverzoeken op de gemeente af. De rijksoverheid heeft aangegeven miljarden beschikbaar te stellen om de economie draaiende te houden. De gemeente speelt een belangrijke rol om te zorgen dat hulpvraag en aanbod samenkomen.

Deze pandemie doet een beroep op solidariteit naar inwoners en ondernemers. We moeten echter de gelijkwaardigheid niet uit het oog verliezen. In deze nieuwe situatie is het belangrijk dat er afspraken zijn over hoe om te gaan met deze hulpvragen. Om willekeur te voorkomen heeft het college uitgangspunten vastgesteld om een consequente en eenduidige koers te kiezen.

Deze uitgangspunten worden toegepast door het coronacrisisteam. Alle besluiten inclusief financiële consequenties worden hierbij zorgvuldig vastgelegd. Enerzijds zal dit extra kosten met zich meebrengen en zullen we opbrengsten mislopen, waarbij we er vanuit gaan dat onze gemeente door de rijksoverheid gecompenseerd wordt bij het invullen van de zorgplicht naar inwoners en ondernemers tijdens deze pandemie.

Het risico is vooralsnog op PM bepaald. Het risico achten wij echter klein, omdat onze ervaring vanuit 2020 is dat wij vanuit het Rijk ruim voldoende zijn gecompenseerd in dat jaar.

Afgedekte risico’s

In de paragraaf weerstandsvermogen gaat het om gebeurtenissen waarvan onzeker is of ze zullen intreden, en zo ja wanneer en in welke omvang. Dat zijn de risico’s die we hierboven in beeld hebben gebracht. Daarnaast zijn er gebeurtenissen waarvan vrijwel zeker is dat ze zullen intreden, maar waarvan het moment waarop of de omvang waarin onzeker is. Voor dergelijke gebeurtenissen zijn specifieke reserves of voorzieningen getroffen. Hieronder staat een overzicht van dergelijke gebeurtenissen waarvoor we een specifieke reserve of voorziening hebben. In samenhang met het overzicht van risico’s ontstaat zo een compleet beeld van de wijze waarop Wageningen met onzekerheden omgaat.

RESERVE OF VOORZIENING

VOOR

Algemene reserve grondexploitaties

Opvang van winsten, verliezen en risico’s grondexploitaties

Voorziening riolering

Een evenwichtig verloop van de tarieven in relatie tot de te plegen investeringen.

Reserve parkeergelden

Egaliseren van exploitatieresultaten van parkeren

Reserve wachtgeld huidige bestuurders

Opvang van eventuele wachtgeldverplichting bij het vertrek van de huidige bestuurders

Voorziening wachtgeld voormalige bestuurders

Dekken van wachtgelduitkeringen aan voormalige bestuurders

Voorziening ’t Venster

Voorziening i.v.m. faillissement ’t venster

Voorziening liquidatie Permar

Opvang van het Wageningse aandeel in de liquidatiekosten van Permar

 

Weerstandsvermogen

De mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden, noemt men het weerstandsvermogen. Dit weerstandsvermogen kan worden afgeleid uit de vergelijking van de omvang van de beschikbare, benodigde en gewenste weerstandscapaciteit en de risico’s.

In de nota Houdbare financiën is het volgende bepaald: de benodigde weerstandscapaciteit is een vast percentage van de begroting/rekening, waarbij wordt uitgegaan van een minimaal benodigde weerstandscapaciteit van 8,5% en een gewenste weerstandscapaciteit van tenminste 10% van de begroting/rekening. Hierbij wordt uitgegaan van het totaal van de lasten na bestemming. Onderstaand toetsen we of de beschikbare weerstandscapaciteit hieraan voldoet én of de beschikbare capaciteit voldoende is voor het totaal van de risico’s.

Uit deze toets volgt dat:
• De totaal beschikbare (= werkelijke) weerstandscapaciteit toereikend is om de totale risico’s af te dekken;
• De totaal beschikbare (= werkelijke) weerstandscapaciteit groter is dan de benodigde en gewenste weerstandscapaciteit;
• De gemeente dus in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct veranderd moet worden. Met andere woorden: dat de gemeente voldoende weerstandsvermogen heeft.

Onderdeel (x € 1.000) Rekening 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
Beschikbare weerstandscapaciteit:
Post onvoorzien 0 20 20 20
Onbestemde reserve 3.072 2.567 2.567 2.567
Kapitaal zonder bestemming 3.891 3.987 4.083 4.180
Reserves grondexploitatie 3.738 3.693 3.648 3.603
Batige saldi grondexploitaties 25% 0 0 0 0
Overige bestemmingsreserves 50% 678 678 678 678
Doorwerking saldi vanaf 2021 in weerstandscapaciteit 10.167 13.306 14.197 14.293
Voorstel verdeling resultaat na bestemming 2021 -3.846 -3.846 -3.846 -3.846
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit 17.699 20.405 21.347 21.494
Totale risico’s 3.456 3.456 3.456 5.256
Benodigde weerstandscapaciteit 8,5% 10.129 9.567 9.496 9.617
Gewenste weerstandscapaciteit 10% 11.916 11.256 11.172 11.314
Werkelijke weerstandscapaciteit 14,9% 18,1% 19,1% 19,0%

Financiële kengetallen

De gemeente is verplicht in iedere begroting en rekening zes wettelijk voorgeschreven financiële kengetallen op te nemen. Iedere gemeente wordt geacht zijn eigen beoordeling aan de kengetallen te verbinden, er komen geen landelijke normen voor. In de nota Houdbare financiën zijn de Wageningse normen of streefnormen geformuleerd voor deze kengetallen. Bovendien is in de nota een eigen kengetal opgenomen, de kapitaallastenratio. Per kengetal geven we hieronder aan hoe het zich verhoudt tot de (streef)norm. Om de inzichtelijkheid te vergroten, begint ieder kengetal met een korte uitleg. De cijfers van de kengetallen in kolom Begroting 2021 zijn gebaseerd op de primitieve begroting.

(Alle getallen zijn percentages) Rekening 2020 Begroting 2021 Rekening 2021
Netto schuldquote 35,12 56,62 27,06
Netto schuldquote gecorrigeerd 30,58 51,78 22,48
Solvabiliteitsratio 41,11 31,92 50,42
Structurele exploitatieruimte 6,19 -1,06 7,72
Grondexploitatie 0,53 -1,85 -0,06
Belastingcapaciteit 109,76 105,08 105,08
Kapitaallastenratio 5,57 6,68 5,26

 

Netto schuldquote & de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Om duidelijk te maken wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en ook wat dat betekent voor de schuldenlast, wordt de netto schuldquote berekend zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Voor het kengetal Netto schuldquote, zonder en met correctie, geldt de norm: Wageningen valt altijd in de categorie < 90%.

De solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Voor het kengetal Solvabiliteitsratio wordt uitgegaan van de volgende norm: Wageningen scoort niet lager dan 30%.

Structurele exploitatieruimte

Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten.

Bij een jaarrekening is er geen sprake van een raming na het rekeningjaar, dus kan de beoordeling alleen goed zijn (als het rekeningjaar boven de 0 uitkomt), of onvoldoende (als het rekeningjaar onder de 0 uitkomt). Bij de jaarrekening geldt deze beoordeling overigens enkel voor de cijfermatige uitkomst van het kengetal. Voor de structurele exploitatieruimte geldt de streefnorm: de structurele exploitatieruimte van Wageningen is minimaal 0%.

Grondexploitatie

Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Voor het kengetal Grondexploitatie wordt uitgegaan van de volgende norm: Wageningen valt altijd in de categorie < 20%.

Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van belastingcapaciteit is hier: woonlasten van een meerpersoonshuishouden, opgebouwd uit OZB, afvalstoffen- en rioolheffing. Voor het kengetal Belastingcapaciteit geldt de streefnorm: de Wageningse belastingcapaciteit is nooit meer dan 105%.

De kapitaallastenratio

De kapitaallastenratio is de verhouding van de kapitaallasten ten opzichte van de totale exploitatielasten. Dit is een eigen kengetal van Wageningen. Voor het kengetal kapitaallastenratio geldt een voorlopige norm van maximaal 12%.