Paragraaf 8 Gevolgen voor de minima

Inhoud

Inleiding

Armoede beperkt zich niet tot enkel materiële tekorten, maar is veelal een complexe problematiek waarbij ook andere elementen een rol spelen. Met armoede hangen ook zaken als schulden, werkloosheid, slechte gezondheid, niet deelnemen aan maatschappelijke activiteiten, schooluitval, slechte woonomstandigheden, verslavingsproblematiek e.d. samen. Verder is uit wetenschappelijk onderzoek vast komen te staan dat arme mensen minder goed in staat zijn om rationele beslissingen te nemen, met als gevolg vaak een verder verslechterende financiële situatie. De reden hiervan is dat een gevoel van schaarste (zoals bijv. een gebrek aan geld) een groot deel van het denkvermogen inneemt. Hierdoor geeft een gevoel van schaarste naast materiële moeilijkheden ook mentale problemen.

De bestrijding van deze problemen kan niet beperkt blijven door alleen materiële ondersteuning, maar vraagt een bredere benadering. Armoede in deze brede betekenis betekent sociale en maatschappelijke uitsluiting. Met andere woorden: je bent niet alleen arm als je te weinig geld hebt, maar vooral ook als dat betekent dat je niet mee kunt doen in de maatschappij en niet meer ziet hoe je uit die situatie kunt komen. Om armoede te bestrijden, is dan ook een samenhangende aanpak ter verbetering van de situatie op alle genoemde terreinen nodig.

 

Beleid en wetgeving

Beleid:
De toenemende ongelijkheid is slecht voor de maatschappelijke samenhang. Om deze ongelijkheid niet nog verder uit de rails te laten lopen, blijft een ruimhartig minimabeleid gekoppeld aan een laagdrempelige schulddienstverlening van het grootste belang. Deze visie komt terug in het Minimabeleid 2016, de Visie op de Schulddienstverlening en het Beleidskader Samen Wageningen. In het beleidskader is een aantal doelstellingen en resultaten opgenomen die deels overeenkomen met de uitgangspunten uit het Minimabeleid 2016 en de Visie op de Schulddienstverlening en deels hier aanvullend op zijn. Naast ons beleid zijn ook de Participatiewet, de Wet maatschappelijke Ondersteuning en de Gemeentewet op het minimabeleid van toepassing.

Wetgeving:
Vanaf 2011 wordt de bijstandsuitkering jaarlijks verlaagd door de Rijksoverheid. Het beleid is om tot 2035 jaarlijks de uitkering verder te verlagen. Het idee achter die stelselmatige verlaging is dat het dan méér loont om te gaan werken en de bijstand te verlaten. Het verder doorzetten van deze stelselmatige verlaging zal echter een groei van de armoede in Nederland teweeg brengen en gemeenten met het anti-armoedebeleid in problemen brengen.
Het Centraal Planbureau en het Sociaal en Cultureel Planbureau rapporteren dat de armoede in Nederland de komende jaren met een kwart zal toenemen als de regering het huidige beleid voortzet. Daarbij is nog geen rekening gehouden met de uitbraak van covid-19

De uitgangspunten en resultaten

Het hanteren van een uniforme inkomensgrens van 130% van de toepasselijke bijstandsnorm

Voor de bepaling of de belanghebbende tot de doelgroep minima behoort, wordt er een uniforme inkomensgrens van 130% van de toepasselijke bijstandsnorm gehanteerd. Dit is min of meer een uniforme grens waar op basis van maatwerk van afgeweken kan worden( zie onder Maatwerk);

Maatwerk

Bij de uitvoering van het minimabeleid wordt toepassing gegeven aan de integrale benadering. Dit betekent dat aandacht wordt geschonken aan problemen die zich op andere levensgebieden binnen het sociale domein voor kunnen doen. Hierbij wordt ook geprobeerd de zelfredzaamheid van de inwoners te vergroten. Naast deze integrale benadering wordt het maatwerkprincipe ook toegepast bij de beoordeling van de uniforme inkomensgrens. Het komt namelijk regelmatig voor dat aanvragers weliswaar een inkomen ontvangen dat boven de genoemde grens ligt, maar over een feitelijk besteedbaar inkomen beschikken dat hier onder ligt. Dit is bijvoorbeeld het geval als mensen in een schuldsaneringstraject zitten. Formeel kan het inkomen hoger liggen dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm, feitelijk heeft men de beschikking over een inkomen dat niet hoger is dan 100% van deze norm. Alle aanvragen worden volgens dit maatwerkprincipe beoordeeld. Ook bij de resultaten uit het beleidskader Samen Wageningen wordt maatwerk genoemd bij financiële problemen als regels tekort schieten.

Het vertrouwensbeginsel

Bij aanvragen wordt uitgegaan van vertrouwen. Dat betekent dat allerlei overbodige bureaucratische controles achterwege blijven. Als gegevens bekend zijn, zoals bij de regeling chronisch zieken en gehandicapten, dan worden regelingen niet op aanvraag maar ambtshalve toegekend;

Preventie en vroegsignalering

Bij schulddienstverlening en het minimabeleid wordt primair aandacht besteed aan preventie en vroegsignalering. Ook bij de resultaten van Samen Wageningen wordt de signalering genoemd: “In samenwerking met formele en informele netwerken worden problematische schuldensituaties gesignaleerd, waar mogelijk voorkomen en waar nodig opgelost”;

Laagdrempelige dienstverlening en doelgroepenbeleid

De schulddienstverlening wordt laagdrempelig georganiseerd, waarbij de focus ligt op kwetsbare groepen als inwoners met hoge zorgkosten en migranten.

Ondersteuning initiatieven die gericht zijn op armoedebestrijding

Dit resultaat is opgenomen in de Beleidskaders van Samen Wageningen. Als inwoners en organisaties zelf initiatieven ontplooien die bijdragen aan de bestrijding van armoede, ondersteunt de gemeente deze.

Inwoners met een minimuminkomen benutten de mogelijkheden voor financiële ondersteuning optimaal

Dit resultaat is opgenomen in de Beleidskaders van Samen Wageningen. Gebleken is dat een deel van de minima geen gebruik maakt van alle inkomensondersteunende regelingen waar recht op bestaat. Door verbetering van de communicatie richting de doelgroep en inschakeling van intermediairs worden deze regelingen onder de aandacht van de doelgroep gebracht.

Het bereik van de regelingen

Een ruimhartig beleid alleen is niet voldoende. Het armoedebeleid is pas succesvol als de regelingen de mensen ook bereiken. Daarom wordt permanent aandacht besteed aan communicatie richting de potentiële doelgroep (doelgroep 130% bestaat uit ongeveer 1500 huishoudens).

Beleids- en beheersmatige aspecten

Wettelijk kader en beleid

De artikelen 35 en 36 van de Participatiewet regelen respectievelijk de bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag. De bijzondere bijstand wordt onderscheiden in individuele bijzondere bijstand en categoriale bijzondere bijstand. Individuele bijzondere bijstand wordt alleen verleend als er een noodzaak voor is, categoriale bijzondere bijstand wordt verleend als men behoort tot een bepaalde categorie huishoudens.

De categoriale bijzondere bijstand kan alleen worden verleend in de vorm van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering (CAZ).

Naast de regelingen die gebaseerd zijn op de Participatiewet zijn er voor de minima ook nog regelingen in het leven geroepen die hun grond vinden in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning en de Gemeentewet. Dit zijn de regeling chronisch zieken en gehandicapten, de compensatie eigen bijdragen WMO-voorzieningen en het Ik Doe Mee Fonds.

De regelingen

a. Regelingen gebaseerd op de Participatiewet

De Individuele Inkomenstoeslag

De Individuele inkomenstoeslag wordt op grond van de Participatiewet verstrekt aan inwoners die over een aaneengesloten periode van 36 maanden een inkomen ontvingen van 130 % van de toepasselijke bijstandsnorm. Op individuele basis wordt beoordeeld of er recht bestaat op deze toeslag.

De CAZ

Minima met een inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm kunnen een bijdrage krijgen in de aanvullende premies van de zorgverzekering. Ook kunnen mensen met hoge zorgkosten zich verzekeren voor het wettelijk eigen risico.

b. Een regeling die niet is gebaseerd op de Participatiewet, het Ik Doe Mee Fonds

Met deze regeling kunnen minima met een inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm een bedrag declareren voor sportieve en culturele activiteiten. Doel van de regeling is om de participatie van minima te bevorderen. Om recht te doen aan het principe van de laagdrempeligheid en daarmee het vergroten van het bereik, is besloten een lokale partij met de uitvoering te belasten.

c. Regelingen gebaseerd op de WMO.

Kwijtschelding eigenbijdrage voorzieningen WMO

Aan belanghebbenden met een inkomen tot 130% van de toepasselijke bijstandsnorm wordt kwijtschelding verleend voor de eigen bijdrage voor individuele WMO-voorzieningen. Deze regeling is op 1 januari 2015 ingevoerd.

Regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten

Het kabinet heeft besloten om per 1 januari 2015 de Wet Tegemoetkoming Chronisch Zieken en Gehandicapten (WTCG) de Compensatie Eigen Risico in te trekken. Om de financiële gevolgen van deze afschaffing gedeeltelijk te kunnen compenseren is tevens voorgesteld om de Wmo op dit punt aan te passen. Voor deze compensatie hebben de gemeenten van het Rijk middelen ontvangen. Aan de Wmo is een bepaling toegevoegd die de gemeenten de mogelijkheid biedt gericht een financiële tegemoetkoming te verstrekken aan inwoners met chronische ziekte en/of beperking die aannemelijke meerkosten hebben. Voor chronische zieken en gehandicapten met een inkomen hebben lager dan 130% van het norminkomen (de toepasselijke bijstandsnorm), is de regeling Chronisch Zieken en Gehandicapten ingevoerd. Ook mensen met een inkomen hoger dan 130% van de toepasselijke bijstandsnorm kunnen in speciale omstandigheden voor de regeling in aanmerking komen (zie onder Maatwerk). Voor deze regeling hoeft maar één keer een aanvraag ingediend worden. Daarna wordt de tegemoetkoming jaarlijks automatisch zonder aanvraag en verder onderzoek aan de belanghebbende verstrekt. Hiermee wordt recht gedaan aan het vertrouwensbeginsel.

d. Kwijtschelding gemeentelijke heffingen

Inwoners met een inkomen van 100 % van de toepasselijke bijstandsnorm kunnen voor de volgende
gemeentelijke belastingen (voor een gedeelte van het bedrag) kwijtschelding aanvragen:

  • hondenbelasting (alleen voor de eerste hond);
  • afvalstoffenheffing (voor de 1e set minicontainers);
  • rioolheffing;
  • leges reisdocument (voor het bedrag van een ID-kaart).

De gemeente is niet bevoegd de grens van 100% te verhogen. De reden is, dat deze grens in hogere fiscale wetgeving is vastgelegd.

Ontwikkelingen

Project Actieagenda Armoede

In het coalitieakkoord is de ambitie opgenomen deze collegeperiode nader onderzoek te doen naar de toekomst van het Wageningse armoedebeleid en hiervoor nieuw beleid te ontwikkelen. Deze ambitie krijgt vorm in het project 'Actieagenda Armoede'. Gefaseerd wordt gewerkt aan een armoedemonitor, het opstellen van een actieagenda met bijhorend instrumentarium, en de implementatie van de actieagenda. In 2021 wordt (met name) de actieagenda afgerond en geïmplementeerd.

Publicatiedatum: 12-11-2020

Inhoud