Inleiding

Inhoud

Uitgangspunten begroting

Voor de onderliggende begroting zijn de volgende algemene financiële uitgangspunten gehanteerd, conform de raadsnota ‘Naar een nieuwe toekomst voor Wageningen’:

  • Begroting 2021-2024 is begroting 2020, plus indexering. Daarnaast zijn er onvermijdelijke ontwikkelingen, reeds genomen toezeggingen, moties, college- en raadsbesluiten, ramingsbijstellingen en een zeer beperkt aantal beleidsontwikkelingen.
  • We begroten reëel.
  • Reeds afgesproken (gerealiseerde & ongerealiseerde) meerjarige ombuigingen blijven van toepassing.

Begrotingsresultaat

De uitkomst van de programmabegroting kan als volgt worden samengevat:

Bedragen x € 1.000 Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Begrotingsuitkomst Voorjaarsnota 2020 -60 246 847 489
Effect structurele doorwerking posten Voorjaarsnota 2020 -1.629 -1.399 -2.074 -1.569
Effect posten notitie Naar een nieuwe toekomst voor Wageningen -378 -337 -303 -303
Effect meicirculaire 2020 379 739 314 -168
Saldo na meicirculaire (- is nadelig) -1.689 -752 -1.216 -1.552
Indexatie -644 -948 -1.101 -1.237
Kapitaallasten 62 153 27 39
Ramingsbijstellingen 235 124 -60 -92
Begrotingsuitkomst (- is nadelig) -2.035 -1.422 -2.350 -2.842
Minimale doelstelling traject Nieuwe toekomst voor Wageningen (inclusief verwachte compensatie Rijk) 2.350 2.842
Begrotingsuitkomst (- is nadelig) -2.035 -1.422 0 0

 

De doelstelling Traject nieuwe toekomst voor Wageningen is nog niet financieel verwerkt in de programma's.

In dit meerjarig financieel beeld zijn de effecten van de septembercirculaire 2020, waaronder het incidenteel schrappen van de verhoging van de opschalingskorting 2020 en 2021, nog niet verwerkt omdat de septembercirculaire nog niet beschikbaar is.  Daarnaast zijn andere verwachte bijdragen van het Rijk nog niet opgenomen. Hier bestaat op het moment van opstellen van de begroting versie 1 nog onvoldoende zekerheid over. De opschalingskorting betreft een jaarlijkse structurele uitname uit het gemeentefonds ingevoerd in de decembercirculaire 2012 omdat de beoogde opschaling naar 100 tot 150 grote gemeenten (> 100.000 inwoners) tot besparingen zou leiden.  

Naast de opschalingskorting betreft dit de volgende twee posten waarvoor we compensatie van het Rijk verwachten.

Bedragen x € 1.000 Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Extra middelen voor Jeugdzorg pm pm pm pm
Compensatie bovengemiddelde groei Sociaal domein (indexatie) 174 319 319 319

 

Het effect van het meerjarig begrotingsresultaat voor de weerstandscapaciteit, is als volgt: 

Onderdeel (x € 1.000) Begroting 2021 Raming 2022 Raming 2023 Raming 2024
Beschikbare weerstandscapaciteit: 0 0 0 0
Post onvoorzien 20 20 20 20
Onbestemde reserve 993 993 993 993
Kapitaal zonder bestemming 3.893 3.989 4.086 4.182
Reserves grondexploitatie 4.936 4.891 4.846 4.801
Batige saldi grondexploitaties 25% 63 63 63 63
Overige bestemmingsreserves 534 534 534 534
Doorwerking tekorten 2020 in reserves -2.165 -2.165 -2.165 -2.165
Doorwerking saldi vanaf 2021 in reserves -2.035 -3.457 -5.807 -8.649
Minimale doelstelling traject Nieuwe toekomst voor Wageningen (inclusief verwachte compensatie Rijk) 2.350 5.192
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit 6.239 4.868 4.920 4.971
Totale risico’s 3.591 4.091 4.091 4.091
Benodigde weerstandscapaciteit 8,5% 9.204 9.210 9.234 9.348
Gewenste weerstandscapaciteit 10% 10.828 10.836 10.863 10.997
Werkelijke weerstandscapaciteit 5,8% 4,5% 4,5% 4,5%

 

Corona leidt tot extra kosten waarvoor we (deels) gecompenseerd worden. Op landelijk niveau wordt er gesproken over het financieel compenseren van gemeenten als gevolg van corona. Aan de andere kant hebben we minder uitgaven doordat op producten de vraag afneemt. De financiële consequenties worden nauwlettend in de gaten gehouden maar kunnen we op dit moment nog niet overzien. Eventuele incidentele meevallers gerelateerd aan het steunpakket corona en onderuitputting van budget 2020 worden gebruikt om corona kosten te dekken. Mocht er sprake zijn van een  meevaller dan wordt dit gebruikt om de weerstandscapaciteit aan te vullen.

Hieronder volgt een financieel-technische toelichting op de begrotingsmutaties ten opzichte van de voorjaarsnota zoals opgenomen in de tabel begrotingsmutaties. Hierbij is ook aandacht voor de financieel-technische uitgangspunten.

Effect structurele doorwerking posten Voorjaarsnota 2020

De voorjaarsnota 2020 is in de Raad van 13 juli jl. aangenomen. In deze nota zijn afwijkingen geprognosticeerd die doorwerken naar volgende jaren, zgn. structurele effecten. Een aanvullende beleidsontwikkeling op de voorjaarsnota betreft het voorstel tot het structureel inzetten van de Pilot DACT (B&W besluit 20.0201140). De Raad is hiervan op 15 juli via de Raadsflits in kennis gesteld. Voor een nadere specificatie van de bijstellingen die in deze begroting meerjarig zijn verwerkt, wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Structurele doorwerking Voorjaarsnota 2020 en Notitie naar een nieuwe toekomst'.

Effect posten notitie Naar een nieuwe toekomst voor Wageningen

De Raad is met de notitie Naar een nieuwe toekomst voor Wageningen d.d. 14 juli geïnformeerd over beleidsbijstellingen, onvermijdelijke ontwikkelingen en ramingsbijstellingen. Deze posten liggen met deze begroting ter besluitvorming aan de Raad voor. Voor een nadere specificatie van de bijstellingen die in deze begroting meerjarig zijn verwerkt, wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Structurele doorwerking Voorjaarsnota 2020 en Notitie naar een nieuwe toekomst'.

Effect meicirculaire 2020

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft 26 februari 2020 bekend gemaakt dat de herijking van het Gemeentefonds een jaar wordt uitgesteld. In plaats van invoering per 1 januari 2021, wordt de herijking nu per 1 januari 2022 ingevoerd. De informatieverstrekking vindt plaats in de decembercirculaire 2020. Dit betekent dat bij deze begroting moet worden uitgegaan van de huidige inkomsten vanuit het gemeentefonds.

De effecten van de meicirculaire 2020 zijn begin juli middels een raadsinformatiebrief gerapporteerd aan de Raad en in deze begroting verwerkt (kenmerk: 20.0102251). De uitkomst van de meicirculaire wordt met name verklaard door de accresontwikkeling, het accres stijgt tot en met 2022 tot circa € 600.000 en daalt vervolgens vanaf 2023 tot een negatief accres van € 123.000 in 2024.

Overige effecten begrotingsresultaat

Naast de reeds genoemde effecten zijn de volgende ontwikkelingen verwerkt in de onderliggende begroting. De majeure effecten worden hieronder toegelicht. Deze posten liggen met deze begroting ter besluitvorming aan de Raad voor.

 

Indexatie

De nieuwe CAO gemeenten loopt t/m 2020. Voor de loonontwikkeling vanaf 2021 wordt in de meerjarige begroting uitgegaan van een jaarlijkse stijging met 2%. Dit ligt voor jaarschijf 2021 0,5% hoger ten opzichte van de voorgaande begroting. Voor 2022 ev. is dit onveranderd, waardoor het financieel effect voor de onderliggende begroting marginaal is.

Op basis van de gegevens van het CPB (maart ’20) wordt uitgegaan van een prijsontwikkeling van de netto materiële overheidsconsumptie van 1,7% voor 2021 en 1,5% voor 2022 t/m 2024.

Uitzondering hierop vormen de contractuele verplichtingen binnen het Sociaal Domein. Regionaal gelden prijsafspraken met een hogere indexering dan de landelijke CPB gegevens. Voor 2021 bedraagt de prijsindex 2,9% op basis van recente besluitvorming, voor 2022 wordt uitgegaan van een prijsontwikkeling van 2,5%. Voor 2023 en 2024 rekenen we weer als gebruikelijk met de CPB index. 

Voor belastingen en heffingen wordt conform de CPB kerngegevenstabel (maart ’20) voor alle planjaren uitgegaan van een jaarlijkse stijging van de tarieven met 1,85%, zijnde het gemiddelde van de loonkosten en materiële kosten.  Voor de hoogte van de tarieven 2021 wordt verwezen naar Paragraaf 6 Lokale Heffingen.

Het tarief voor de afvalstoffenheffing stijgt voor 2021 voor eenpersoonshuishoudens met 17,6% en voor meerpersoonshuishoudens stijgt het tarief met 12,19%. Verhoging van het tarief is noodzakelijk, door met name stijgende kosten bij de Afvalcombinatie De Vallei (ACV) en doordat compensatie vanuit de egalisatiereserve afval met ingang van 2021 niet meer mogelijk is. Om de stijging in de woonlasten te dempen wordt voor 2021 een eenmalige korting van 21,2% toegepast op de tarieven rioolheffing.

Meerjareninvesteringsplan en kapitaallastenontwikkeling

Zoals toegezegd bij de behandeling van de voorjaarsnota 2020 (technische vraag) zetten we in de begroting 2021-2024 versie 1 een eerste stap om vervangingsinvesteringen structureel op te nemen in het meerjaren investeringsplan van Wageningen en hiervoor structurele middelen te voorzien in de begroting. Dit is een groeipad waarin we met toekomstige begrotingen verdere stappen zullen zetten.

Voordelen hiervan zijn:

  • We hebben op een eerder moment de structurele kosten in kaart en hoeven niet periodiek naar incidentele dekking op zoek.
  • Bestaande processen worden in stand gehouden. Om in de vervanging van bestaande bedrijfsmiddelen te voorzien worden de kapitaallasten, die vrijvallen door het afschrijven op bestaande activa, gereserveerd en gebruikt voor financiering van de vervanging.

Voor het overzicht van de geplande meerjarige investeringen naar programma wordt verwezen naar de meerjareninvesteringsplanning 2021-2024 op pagina 233.

De investeringen die samenhangen met Kansengestuurd Beheer – wegen ad € 600.000 (variant 3 Planterra) zijn vanaf 2021 structureel opgenomen in deze meerjareninvesteringsplanning (19.0201417 Programmabegroting 2020-2023).

Het rentepercentage bedraagt voor alle jaren 2%. Dit is gebaseerd op de werkelijke rente die naar verwachting wordt betaald als percentage van de totale boekwaarde van de activa aan het begin van elk begrotingsjaar. Ten opzichte van 2020 is dit rentepercentage gedaald met 0,25%. Dit heeft een voordelig effect op de kapitaallastenontwikkeling.

Vanaf begrotingsjaar 2021 is het voornemen dat op investeringen die gereed worden gemeld en in gebruik worden genomen met ingang van het volgende begrotingsjaar wordt afgeschreven. Als gevolg van deze nieuwe systematiek vindt er een eenmalige vrijval van kapitaallasten plaats. Het financieel effect hiervan is verwerkt in de begroting.

 

Ramingsbijstellingen

De meerjarige begroting is op de volgende onderdelen reëel bijgeraamd:

  • Het volume WSW'ers neemt als gevolg van uitstroom meer af dan de verwachting in de vorige begroting. Dit is een onvermijdelijke ontwikkeling en levert voor 2021 t/m 2024 een voordeel op.
  • Door wijziging wetgeving (geldigheid rijbewijs en paspoort naar 10 jaar) zijn er sterke verschillen ontstaan in de baten en lasten van persoonsdocumenten (burgerzaken), per jaar. Dit heeft t/m 2023 een negatief effect en vanaf 2024 een positief effect.
  • In 2024 zijn oormerkingen gemeentefonds en bijdrage VGGM conform besluitvorming Kadernota 2019 verwerkt. 

Ombuigingen 2020-2023

De ombuigingen in onderstaand overzicht zijn met de programmabegroting 2020-2023 door de gemeenteraad vastgesteld. In de periode 2020 t/m 2023 zullen deze ombuigingen worden gerealiseerd.

De structurele ombuigingen zijn daarmee geëffectueerd in de reguliere begroting vanaf jaarschijf 2024. Om deze reden is in onderstaand overzicht geen jaarschijf 2024 opgenomen.
De gemeenteraad wordt na afloop van ieder kwartaal geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de realisatie van de ombuigingen. 

In de eerstvolgende raadsinformatiebrief (RIB) over de stand van zaken ten aanzien van de ombuigingen, zal nadrukkelijk stil worden gestaan bij de invloed van corona op de reeds ingezette ombuigingen. Deze RIB ontvangt u in oktober.

Bedragen x € 1.000 2021 2022 2023
Programma Naam maatregel
1 Afschrijvingstermijnen wegen verlengen van 25 naar 40 jaar 200 200 200
1 Verhoging parkeerbelastingen en –tarieven 150 150 150
1 Verhoging tarief Lexkesveer 100 100 100
1 BOVO reparatie 90 50 0
2 Titel III – Dienstverlening vallend onder de Europese Dienstenrichtlijn 10 10 10
2 Visie op economie 75 75 75
3 Kauwgum en impuls centrum loslaten 30 30 30
3 Minder budget voor spelen 20 20 0
3 Materieel slimmer inzetten en vervangen 50 50 50
3 Titel II – Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving 115 115 115
3 Omgevingswet 0 0 200
4 CO2 beprijzing eigen begroting 8 8 8
6 Innovatiebudget raad sociaal domein deels niet invullen 161 161 161
6 Innovatiebudget B&W sociaal domein deels niet invullen 115 115 115
6 Afbouw van aantal ontwikkeltrajecten bij Compleet Mensenwerk 130 130 130
6 Innovatief handelen: Koerskaart 0 0 0
6 Innovatief handelen: Fondsverwerver 0 0 0
6 Innovatief handelen: Duurzaam partnerschap 0 0 0
6 Innovatief handelen: Nieuwe zorgvormen 0 200 200
6 Innovatief handelen: Parttime werk 70 100 100
6 Innovatief handelen: Ondersteuning minima 0 0 0
6 Innovatief handelen: Innovatielab -25 -25 -25
6 Innovatief handelen: SOH voor jeugd GGZ 50 50 50
6 Omzetting inhuur naar vast en verminderen flexibele schil SDV 550 550 550
6 Van re-integreren naar activeren 75 75 75
6 Innovatie en preventie 100 100 100
6 Beschermd wonen 200 200 200
6 Transformatie sociaal domein (fase 2) 300 300 300
8 Verkoop van gemeentelijk vastgoed 778 1.041 309
8 Verduurzaming gemeentelijke gebouwe fase 2 0 29 57
9 Aanpassen cultuuractieplan (CAP) 75 75 75
9 Invullen formatieruimte groenvoorziening door personeel sportonderhoud 21 21 21
9 Realisering cultuurplantsoen, incl. poppodium 50 25 25
9 Een jaar lang niet aanstellen cultuurmakelaar 0 0 0
11 Titel I – Burgerzaken 10 10 10
12 Structureel ombuigen van onderuitputting van budgetten 517 517 517
12 Verhoging OZB-tarieven 10% 1.013 1.036 1.060
12 Beter bereikbaar Wageningen 250 250 250
12 Precario 360 250 0
Totaal 5.648 6.018 5.218

Afhandeling moties en amendementen

Zoals gebruikelijk is ook dit jaar een hoofdstuk opgenomen over de afhandeling van de moties en amendementen, die bij de kadernota, of in dit geval de Voorjaarsnota 2020, zijn ingediend. Het betreft dit jaar een motie en geen amendementen. Daarnaast is in dit hoofdstuk ook de afhandeling van de motie Reëele raming Jeugdzorg opgenomen.

Leeswijzer

Eén van de rollen van de gemeenteraad is de kaderstellende rol. De gemeenteraad formuleert maatschappelijke doelstellingen voor het uit te voeren beleid en geeft hierbij de randvoorwaarden aan voor de realisatie daarvan. Het beleid en de randvoorwaarden kunnen met verschillende instrumenten vorm en inhoud krijgen. Een belangrijk instrument daarvoor is de jaarlijks terugkerende meerjarenbegroting. Hierin worden de beleidsdoelstellingen en randvoorwaarden nader geconcretiseerd.

De meerjarenbegroting bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Programma’s
  • Paragrafen
  • Financiële overzichten

Programma’s

In de programma’s zijn de beleidsdoelstellingen geclusterd naar beleidsmatige samenhang. Deze doelstellingen zijn vervolgens nader geconcretiseerd. Zo is duidelijk wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen.

Paragrafen

Naast de programma’s bevat de begroting de paragrafen voor specifieke beleidsthema’s. Gedeeltelijk is dit verplicht op basis van het Besluit begroting en verantwoording, het BBV, maar daarnaast kan de gemeenteraad hier ook zelf invulling aan geven, zoals is gebeurd door het opnemen van de paragraaf Gevolgen voor de minima.

Financiële overzichten

Naast de beleidsdoelstellingen en activiteiten bevat de begroting een overzicht van de baten en lasten per programma en een totaaloverzicht van alle programma’s, waaruit ook de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves blijken.

De programmabegroting maakt deel uit van de Wageningse budgetcyclus. Deze cyclus omvat drie documenten: de kadernota, de programmabegroting en de jaarstukken (de programmarekening). De programmabegroting en de jaarstukken zijn wettelijk verplichte documenten. Dit is geregeld in de Gemeentewet. De kadernota is niet wettelijk verplicht, maar is bepaald in de Financiële verordening van Wageningen.

Publicatiedatum: 12-11-2020

Inhoud