Paragraaf 8 Gevolgen voor de minima

Paragraaf 8 Gevolgen voor de minima

Armoede is een hardnekkig probleem, waar afhankelijk van de economische situatie in Nederland ongeveer 1 miljoen personen jaarlijks mee te maken hebben. In Wageningen leven ongeveer 2.800 inwoners in armoede, waaronder zo’n 500 kinderen. Het ontstaan van armoede kan allerlei oorzaken hebben. Denk bijvoorbeeld aan een scheiding, faillissement, persoonlijke factoren zoals een chronische ziekte of een licht verstandelijke beperking, stijgende kosten voor levensonderhoud of werk dat te weinig betaalt om van te kunnen leven.

Het SCP heeft samen met het Nibud een overzicht gemaakt met twee referentiebudgetten. “Het ene budget is strikter dan het andere. De budgetten geven aan hoeveel geld een alleenstaande nodig heeft voor onvermijdelijke of zeer wenselijke uitgaven. Het strikte basisbehoeftenbudget omvat de minimale uitgaven van een zelfstandig huishouden aan onvermijdbare, basale zaken als voedsel, kleding en wonen. Ook de uitgaven aan andere moeilijk te vermijden posten, zoals verzekeringen en persoonlijke verzorging, zijn meegeteld. Het niet-veel-maar-toereikendbudget (nvmt) is iets ruimer en is de basis voor Nibud (Nationaal instituut voor Budgetvoorlichting) om de minimale noodzakelijke inkomens op te baseren. Dat budget houdt ook rekening met de minimale kosten van ontspanning en sociale participatie. Denk aan het lidmaatschap van een sport- of hobbyclub of een jaarlijkse korte vakantie. Deze uitgaven zijn niet strikt noodzakelijk, maar zijn wel wenselijk om maatschappelijk mee te kunnen doen. Het niet-veel-maar-toereikendbudget is nog steeds bescheiden. Luxegoederen, zoals een auto, ontbreken”. (SCP, Armoede in kaart 2019)

In onderstaande figuur is het basisbehoeftebudget opgenomen voor een alleenstaande.

 

In deze figuur is onder huur de brutohuur opgenomen, dus vóór aftrek van eventuele huurtoeslag. Ten aanzien van de ziektekostenpremie (basispakket en eventuele aanvullende verzekering) kan worden opgemerkt dat deze geen onderdeel is van de post ‘verzekeringen’ (Bron: Nibud (2017: 95, 100) en WooN2015, SCP-bewerking)).

Naast het basisbehoefte budget is er ook het niet-veel-maar-toereikendbudget uitgerekend voor verschillende typen huishoudens. Dit budget is zoals gezegd iets ruimer en houdt ook rekening met de minimale kosten voor ontspanning en sociale participatie. In de onderstaande tabel worden deze kosten voor verschillende type huishoudens weergegeven voor het verslag jaar 2020. Ook het basisbehoeftebudget is meegenomen. Bij de type huishoudens zijn we uitgegaan van de verschillende leeftijden/situaties die bij de Participatiewet worden gebruikt om de uitkeringsbedragen toe te kennen.

Bijstandsuitkeringen en minimabehoeften in 2020
Hoogte bijstandsuitkering (incl. Vakantietoeslag) Basisbehoefte budget Niet-veel-maar-toereikend budget Wageningse toelatingsnorm minimaregelingen
Vanaf 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd
Alleenstaanden € 1.052 € 1.112 € 1.214 € 1.300
alleenstaande ouders € 1.052 €1.434 - €1.923 €1.566 - €2.101 € 1.671
Gehuwden/samenwonenden € 1.503 € 1.523 € 1.664 € 1.857
Gehuwden/samenwonenden met kinderen € 1.503 €1.813 - €2.268 €1.980 - €2.477 € 1.857
Vanaf AOW-gerechtigde leeftijd
Alleenstaanden € 1.176 € 1.112 € 1.214 € 1.300
Alleenstaande ouders € 1.176 €1.434 - €1.923 €1.566 - €2.101 € 1.671
Gehuwden/samenwonenden € 1.594 € 1.523 € 1.664 € 1.857
Gehuwden/samenwonenden met kinderen € 1.594 €1.813 - €2.268 €1.980 - €2.477 € 1.857

 

Vanuit de Participatiewet zijn er afwijkende uitkeringsbedragen voor (bijvoorbeeld) inwoners van 18, 19 of 20 jaar, en voor mensen die in een inrichting wonen. Deze bedragen zijn niet meegenomen in de bovenstaande tabel. De genoemde uitkeringsbedragen betreffen de bedragen die op 1 januari 2020 zijn ingegaan. De basisbehoefte- en niet-veel-maar-toereikend budgetten zijn gebaseerd op de bedragen die het SCP in 2017 heeft berekend. Wel hebben we hier een index op toegepast die overeenkomt met de stijging van de uitkeringsbedragen. De SCP-budgetten van (alleenstaande) ouders zijn afhankelijk van het aantal kinderen, daarom zijn de benodigde bedragen bij 1 en 3 kinderen genoemd. Daarnaast worden ouders met kinderen individueel ondersteund middels het toeslagenstelsel (bijv. kindgebonden budget, kinderbijslag).