Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Inhoud

Inleiding

De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten daarvoor geeft.

In de jaarrekening zijn de cijfers van het voorafgaande boekjaar opgenomen ter vergelijkingsdoeleinden. In het totaaloverzicht resultaat voor bestemming en resultaat na bestemming zijn ook de primitieve begrotingscijfers 2020 opgenomen. Bij de analyse van de afzonderlijke programma’s zijn niet de primitieve begrote cijfers opgenomen, maar de cijfers van de begroting na wijziging op basis van de BBV voorschriften ter vergelijking opgenomen.

Alle bedragen die in de tabellen genoemd zijn, staan vermeld in duizendtallen. De bedragen in de tekst zijn de (afgeronde) werkelijke bedragen in euro’s. Voor de duidelijkheid is in de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening aangegeven of sprake is van een voor- of nadeel ten opzichte van de begroting. Een nadeel wordt zichtbaar gemaakt door het minteken in de kolom Verschil 2020; een voordeel wordt in de plus weergegeven.

Algemeen

De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van de historische kosten. Tenzij bij het betreffende balansonderdeel anders is vermeld, zijn de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

De baten en lasten zijn toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als bate genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

Voor arbeidsgerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming. Voorbeelden zijn: verlofuren, FPU verplichtingen en vakantiegelduitkeringen in geld.

Bij de materiële vaste activa zijn de vergelijkende cijfers 2018 aangepast.

Immateriële vaste activa

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden conform de besluiten geactiveerd ter hoogte van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Op grond van BBV is de afschrijvingstermijn voor bijdragen aan activa in eigendom van derden maximaal de afschrijvingsduur die gelijk is aan die van de activa (bij de derde) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt.

Materiële vaste activa met economisch nut

In erfpacht uitgegeven gronden

De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen).

Overige investeringen met economisch nut

Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Bij het bepalen van de afschrijvingen (lineair) wordt een bestendige gedragslijn gevolgd en geen rekening gehouden met eventuele restwaarde. De afschrijving start bij het in het gebruik nemen van het actief.

Afschrijvingstermijnen in jaren:

Gronden en terreinen

n.v.t.

Nieuwbouw, woonruimten en gebouwen, rioleringen, havens, veerpont

40

Renovatie, restauratie en aankoop woonruimten, gebouwen en havens

25

Sportvelden

20

Technische installaties in bedrijfsgebouwen, zware transportmiddelen

15

Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen, telefooninstallaties, meubilair, aanleg tijdelijke terreinwerken, nieuwbouw tijdelijke woonruimten en (nood)gebouwen

10

Vervoermiddelen, automatiseringsapparatuur en software (onder voorwaarden)

5

 

Voor activa die niet met name zijn genoemd en waarover twijfel kan ontstaan, wordt de afschrijvingstermijn vastgesteld op een realistische schatting van de levensduur die ten hoogste 40 jaar kan zijn.

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut

Infrastructurele werken in de openbare ruimte zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht en in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Bij het bepalen van de afschrijvingen (lineair) wordt een bestendige gedragslijn gevolgd. De afschrijving start bij het in het gebruik nemen van het actief.

Met ingang van 2020 is de afschrijvingstermijn voor wegen verlengd van 25 naar 40 jaar (RB 19.0201417). 

Afschrijvingstermijnen in jaren:

Civiele kunstwerken (bruggen, viaducten, tunnels), aanleg van wegen

40

Fiets- en voetpaden, parkeerplaatsen, groenvoorzieningen

25

Openbare verlichting, verkeersregelinstallaties

15

Reconstructie openbare ruimte, speelvoorzieningen, straatmeubilair

10

Financiële vaste activa

Participaties in het aandelenkapitaal van NV ’s en BV ’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs vindt afwaardering plaats tot de lagere marktwaarde.

Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen de nominale waarde. Bij duurzame waardevermindering vindt afwaardering naar lagere marktwaarde plaats.

Voorraden

Onderhanden werken

De onderhanden werken (in exploitatie genomen bouwgronden) zijn gewaardeerd tegen de Vervaardigingsprijs, dan wel lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Winsten uit grondexploitatie worden met ingang van 2017 genomen volgens de percentage of completion methode (POC) indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Hierbij worden de voorschriften zoals aangegeven door de commissie BBV in de notitie grondexploitatie aangehouden. Zolang geen sprake is van tussentijdse winstnemingen, worden de verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Voor verwachte verliezen wordt een voorziening gevormd en in mindering gebracht op de boekwaarde. De voorziening wordt in mindering gebracht op de boekwaarde tegen de contante waarde.

Gerede producten

Gerede producten zijn gewaardeerd tegen de kostprijs of tegen lagere marktwaarde.

Vorderingen en overlopende activa

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Onder overlopende activa staan ook de nog te ontvangen subsidies van overheidsorganen opgenomen.

Kostenverhaallocaties grondexploitatie

Onder de overlopende activa zijn tevens de kostenverhaallocaties grondexploitatie opgenomen. De kostenverhaallocaties grondexploitatie zijn projecten die geïnitieerd zijn door derden, waarbij de gemeente enkel kaders stelt en de partijen faciliteert bij de ontwikkeling. De gemeente bezit in deze locaties dus geen gronden maar verhaalt de gemaakte kosten op de partijen middels zogenaamde anterieure contracten. De waardering van deze locaties vindt plaats tegen de gemaakte en volgens de contracten te verhalen kosten, ver-minderd met eventueel reeds ontvangen betalingen. Indien meer kosten gemaakt zijn dan verhaald kan worden, wordt hiervoor een voorziening tegen nominale waarde gevormd.

CAK - Eigen bijdragen

De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van de eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK. De informatie van het CAK (om privacy redenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen van het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK, heeft de wetgever in feite bepaald, dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden omtrent omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen.

Liquide middelen

Deze activa zijn tegen nominale waarde opgenomen.

Voorzieningen

Voorzieningen zijn gewaardeerd tegen nominale of contante  waarde en worden gevormd indien sprake is van:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten.
  • Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten.
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van de kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren.
  • Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven.
  • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

Kosten voor groot onderhoud worden direct ten laste van de exploitatie gebracht.

Vaste schulden

Vaste schulden zijn gewaardeerd tegen nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende passiva

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Hieronder vallen alle van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen, die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, niet meer gestort worden in de voorzieningen, maar gerubriceerd worden als vooruit ontvangen bedragen onder de overlopende passiva.

Vakantiegeld van de sociale uitkering

De kosten van bijstandsuitkeringen worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Met betrekking tot het opgebouwde vakantiegeld behorende bij deze uitkeringen wordt geen reservering per balansdatum getroffen maar deze lasten worden toegerekend aan de periode waarin uitbetaling ervan plaatsvindt. Dit met inachtneming van de systematiek zoals gebaseerd op het verwerken van verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.

Borg- en garantstellingen

Voor zover leningen door de gemeente zijn gewaarborgd, is buiten de telling van de balans het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In paragraaf 7 Financiering van het jaarverslag is een verloopoverzicht en nadere toelichting opgenomen.

Gemeentefonds

De uitkeringen uit het gemeentefonds worden verantwoord op basis van de laatste accresmededeling in het boekjaar, uitgezonderd uitkeringen op basis van realisatie cijfers. Deze worden verantwoord op basis van de realisatie.

Toerekening van baten en lasten aan programma's en taakvelden

Baten en lasten die direct betrekking hebben op het programma of taakveld worden direct verantwoord. Personeelskosten worden op basis van de geraamde of soms werkelijk uren toegerekend aan de programma’s en taakvelden. Overige apparaatskosten worden toegerekend aan de programma’s en taakvelden op basis van de geraamde kosten.

Publicatiedatum: 12-05-2021

Inhoud