Paragraaf 7 Financiering

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Inleiding

Bij de financieringsparagraaf gaat het om de wijze waarop de gemeente benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijk) overtollige geldmiddelen wegzet. De financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening is, samen met het Financieringsstatuut, een middel voor het sturen, beheersen en controleren van de uitvoering van de financieringsfunctie én om deze transparant en inzichtelijk te maken.

Aan de bepaling van het financieringsbeleid van gemeenten is een aantal randvoorwaarden verbonden. Deze randvoorwaarden zijn vastgelegd in de Gemeentewet en de Wet financiering decentrale overheden (wet Fido). Gemeente Wageningen heeft zelf kaders en regels vastgelegd in de Financiële verordening en in  een zogenaamd Financieringsstatuut.

In de Financiële verordening zijn de hoofdlijnen van de financieringsfunctie van de gemeente Wageningen opgenomen. In het Financieringsstatuut is dit verder uitgewerkt en is de beleidsmatige infrastructuur van de financieringsfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Beide documenten zijn in de afgelopen jaren geactualiseerd. Het Financieringsstatuut van de gemeente Wageningen is in 2024 geactualiseerd en in november 2024 vastgesteld door het college. Het college heeft de raad hierover eind 2024 geïnformeerd via een informatienota. De Financiële verordening is in de 2e helft van 2025 geactualiseerd en aangepast aan de nieuwe wettelijke regels voor de rechtmatigheidsverantwoording in deze jaarrekening 2025.

In het geldbeheer wordt een belangrijk risico gevormd door het verstrekken van geldleningen. Daarom is dit aan strenge regels gebonden. De uitgangspunten en voorwaarden voor het uitzetten van (overtollige) geldmiddelen en garantiestellingen zijn uitgewerkt in de verordening leningverstrekking en garantieverlening
(vastgesteld door de raad in januari 2021). In lijn met de wet Fido bepaalt het Financieringsstatuut dat de gemeente leningen en garanties uitsluitend mag verstrekken aan derde partijen op grond van de uitvoering van de publieke taak. In de verordening is de financieringssteun voor de publieke taak nader uitgewerkt, inclusief mogelijke weigeringsgronden.

Bij het aantrekken van geldleningen vindt op basis van het statuut een nauwkeurige afweging plaats tussen de financiële positie, de aanwezige leningenportefeuille, een recente liquiditeitsplanning en een actuele rentevisie. De looptijd van de leningen wordt afgestemd op de liquiditeitsbehoefte op (middel-)langere termijn.

Uitstaande geldleningen (ug)

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Uitstaande geldleningen (ug)

Op 1 januari 2026 heeft de gemeente per beleidsprogramma de leningen uitstaan, zoals weergegeven in onderstaand overzicht.

Aanvullende toelichtingen:

  • Gemeente Wageningen heeft in het verleden hypothecaire leningen verstrekt aan ambtenaren van de gemeente. Deze zijn inmiddels allemaal volledig afgelost.
  • De gemeente heeft eind augustus 2025 een additionele (tweede) lening ter grootte van € 1,7 miljoen verstrekt aan BBLTHK Wageningen voor de financiering van de vernieuwing/verbouwing. Deze lening wordt in 20 jaar afgelost. 
  • De uitstaande leningen hebben betrekking op 2 leningen voor BBLTHK Wageningen en 2 leningen voor korfbalvereniging KV Wageningen.
Programma (x € 1.000) Saldo per 01-01-2027 Aflossing 2027 Rente 2027
Wageningen Sociaal 3.160 159 111
Totaal 3.160 159 111

Over de uitstaande geldleningen ontvangt de gemeente een gemiddelde rente van circa 3,5% .

Het verloop van de uitstaande geldleningen in de komende jaren is als volgt:

Bedragen x € 1.000 01/01/2027 01/01/2028 01/01/2029 01/01/2030 01/01/2031
Leningen ug 3.160 3.001 2.839 2.674 2.506
Rente o.b.v. saldo per 1-1 111 105 99 93 87
Gemiddelde rente 3,5% 3,5% 3,5% 3,5% 3,5%

Ontvangen geldleningen (og)

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Ontvangen geldleningen (og)

Op 1 januari 2026 heeft de gemeente de volgende langlopende leningen opgenomen:

Geldverstrekker (x € 1.000) Hoofdsom Startdatum Einddatum Looptijd in jaren Rente % Stand 01-01-2027 Stand 01-01-2028 Stand 01-01-2029 Stand 01-01-2030 Stand 01-01-2031
Bank Nederlandse Gemeenten 24.000 15/12/2005 01/12/2031 25 3,775% 4.800 3.840 2.880 1.920 960
Bank Nederlandse Gemeenten 48.513 01/12/2006 01/12/2036 30 4,720% 16.171 14.554 12.937 11.320 9.703
Bank Nederlandse Gemeenten 12.000 31/05/2022 31/05/2062 40 1,964% 10.800 10.500 10.200 9.900 9.600
Provincie Limburg 12.000 25/05/2022 25/05/2042 20 1,954% 9.600 9.000 8.400 7.800 7.200
Totaal 96.513 41.371 37.894 34.417 30.940 27.463

Alle opgenomen geldleningen worden lineair afgelost met jaarlijks gelijke aflossingsbedragen. Bij de huidige opgenomen geldleningen wordt jaarlijks in totaal € 3.477.000 afgelost. De gemeente kan op dit moment (in 2026) nog steeds beschikken over de middelen, die in 2022 zijn aangetrokken (in totaal € 24,0 miljoen), maar op korte termijn ontstaat een nieuwe financieringsbehoefte uit hoofde van herfinanciering van de jaarlijkse aflossingsbetalingen op bestaande leningen en voor de financiering van nieuwe investeringen. Tijdstip en omvang van een nieuwe financieringsbehoefte is met name afhankelijk van het investeringsniveau in de eerstkomende jaren. Ook de gerealiseerde rekeningresultaten in de jaarrekening spelen hierbij een rol. Een overschot in de jaarrekening heeft een positief effect op onze liquiditeitspositie, waardoor de behoefte aan nieuw kapitaal opschuift in de tijd.? 
 
Het verloop van de huidige opgenomen geldleningen in de komende jaren is als volgt: 

Bedragen x € 1.000 01/01/2027 01/01/2028 01/01/2029 01/01/2030 01/01/2031
Lening og 41.371 37.894 34.417 30.940 27.463
Rente o.b.v. saldo per 1-1 1.316 1.185 1.055 925 795
Gemiddelde rente 3,2% 3,1% 3,1% 3,0% 2,9%

In totaal is het saldo op 1-1-2026 van alle aangetrokken geldleningen € 44,8 miljoen. De gemiddelde rente van deze opgenomen geldleningen bedraagt in 2026 nog iets meer dan 3,2%, maar wordt geleidelijk lager en zakt de komende jaren beneden de 3,0% als gevolg van aflossingen van oude, dure leningen met een relatief hoge rente. In het geval we nieuwe geldleningen moeten aantrekken voor de financiering van nieuwe investeringen, verandert het gemiddelde rentepercentage van de opgenomen geldleningen. 
 
Voor de erfpachtcontracten die in 2026 en 2027 worden aangegaan of worden verlengd zal in de basis een gemiddeld rentepercentage van 3,7% worden gehanteerd. Dit is inclusief een opslag van 0,5% voor debiteurenrisico/administratiekosten (Financiële Verordening gemeente Wageningen, artikel 12 lid 4). 

Renteontwikkeling en rentevisie

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Renteontwikkeling en rentevisie


In de periode van juni 2024 tot en met juni 2025 heeft de Europese Centrale Bank (ECB) de Europese rente acht keer verlaagd met 0,25%, met als doel de economische groei in Europa te stimuleren. De ECB was in staat tot de renteverlagingen, omdat de hoge Europese inflatie in redelijke mate beteugeld was en op het gewenste niveau van gemiddeld 2,0% is teruggebracht. Met de lagere rente wil de ECB de kwakkelende economie van het eurogebied ondersteunen. Vanaf juli 2025 is de Europese bancaire rente stabiel gebleven op een niveau van 2,0% en heeft de ECB telkens besloten, de Europese bancaire rente ongewijzigd te laten, en niet verder te verlagen.

Als gevolg van het oplopen van de Europese inflatie vanaf het begin van 2026 (mede veroorzaakt door de hogere prijzen van olie, gas en brandstoffen) heeft de Europese Centrale Bank (ECB) op 11 juni 2026 en op 10 september 2026 besloten de korte rente twee keer te verhogen met 0,25 procentpunten tot een niveau van 2,50% (rentetarief medio september 2026). Mogelijk volgen er in de volgende kwartalen nog meer rentestijgingen als de inflatiecijfers op het huidige hoge niveau blijven. 

De rentevergoeding, die het Rijk vergoedt over tegoeden die decentrale overheden aanhouden bij 's Rijks Schatkist, houdt gelijke tred met de ECB-rente, en is medio juni 2026 verhoogd van 1,93% naar 2,18%, en in september verder verhoogd naar 2,43%. In de begroting hebben we rekening gehouden met het actuele rentetarief bij 's Rijks Schatkist.

De lange rente (bij leningen met een looptijd van meer dan 20 jaar) is in 2025 geleidelijk gestegen van iets meer dan 3% begin 2025 tot een niveau van bijna 4% in 2026. De hoogte van de lange rente is afhankelijk van de looptijd van de financiering, waarbij geldt dat bij een langere looptijd de rentevergoeding stijgt. Dit heeft te maken met onzekerheden en ontwikkelingen op de kapitaalmarkt, die mede het gevolg zijn van de onrust in de wereld en de afgesproken hogere defensie-uitgaven op ‘global niveau’. De verwachting is dat de lange rente de komende maanden verder gaat stijgen, mogelijk zelfs tot boven 4%. Het toekomstig verloop van de rente is echter redelijk onvoorspelbaar. Het verloop van de rente op de kapitaalmarkt is voor een groot deel afhankelijk van de ontwikkeling van de Europese inflatie en de economische situatie in het eurogebied. Ook de ontwikkelingen van de huidige oorlogssituaties en de spanningen tussen de economische grootmachten in de wereld hebben effect op de wereldeconomie en de kapitaalmarkt.

Garanties en borgstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Garanties en borgstellingen

Bij aanvragen voor garanties en borgstellingen is naast landelijke wetgeving de Europese wet- en regelgeving van belang. Met name de voorwaarden waaronder staatssteun (ook steun vanuit de gemeente) is toegestaan, zijn van belang. Om voor borgstelling (of subsidiëring) in aanmerking te komen moet worden voldaan aan diverse voorwaarden.

Per 1 januari 2026 is het aandeel aan garanties en borgstellingen waar de gemeente  in deelneemt net iets meer dan € 2,1 miljoen, zoals blijkt uit onderstaand overzicht.  Het betreft voornamelijk borgstellingen voor leningen aan sportclubs,  culturele instellingen, een vereniging van eigenaren (VvE) en een veerdienst, die allemaal gevestigd zijn in de gemeente Wageningen. Het aandeel van de gemeente in het actuele saldo van deze borgstellingen is € 2,0 miljoen. Het gemiddeld gemeentelijk aandeel in de afgegeven borgstellingen bedraagt op 1 januari 2026 ca. 92%.

De gemeente heeft in het verleden ook borgstellingen afgegeven aan woongroepen. Het risico bij deze borgstellingen is uiterst klein omdat de overwaarde van de als hypotheek ingebrachte panden de afgegeven garanties inmiddels ver overstijgt. In februari 2024 is de laatste lening volledig afgelost. In 2025 lopen er geen borgstellingen meer. In de toekomst worden geen nieuwe garanties/borgstellingen verwacht.

Bij de garanties en borgstellingen wordt nog wel een aanvullende opmerking gemaakt:
Op 9 juli 2024 heeft de raad ingestemd met een gemeentelijke garantie van 100% voor een nieuwe lening van het Warmtebedrijf Benedenbuurt ter grootte van € 5,1 miljoen. Het Warmtebedrijf Benedenbuurt heeft de lening nog steeds niet opgenomen, zodat de garantiestelling feitelijk nog niet effectief (operationeel) is. De raad heeft in het goedkeuringsbesluit een termijn van 6 maanden gesteld voor het vastleggen van de contracten tussen bank, de gemeente Wageningen en het Warmtebedrijf Benedenbuurt, na het onherroepelijk worden van de benodigde vergunningen. De vergunningen zijn nog niet definitief verleend, er lopen nog bezwaarprocedures. 

Schuldenaar Hypotheek-/Garantienemer Startdatum Einddatum Saldo 01-01-2026 Aandeel Zekerheid Bedrag 01-01-2026
Stichting CKV "t Venster" Rabobank Ede 07/03/2008 07/03/2028 52.827 100% hyp 52.827
Wageningsche Mixed Hockey Club, Wageningen ING-bank, Ede 18/06/2001 01/10/2027 10.209 100% hyp 10.209
Opheusdens Veer SNS Bank N.V. 28/06/2010 09/02/2030 101.146 50% 50.573
Herenstraattheater Rabobank 20/07/2004 20/07/2029 640.000 100% 640.000
WMHC zaalhockeytent Rabobank 01/10/2018 01/10/2028 69.798 50% 34.899
VVE Nolensstraat 2 tot en met 40 BNG 03/06/2019 03/06/2034 83.489 100% 83.489
VVE Nolensstraat 2 tot en met 40 BNG 01/04/2019 01/04/2049 531.383 100% 531.383
VVE Nolensstraat 2 tot en met 40 BNG 15/01/2019 15/01/2049 582.947 100% 582.947
Ace Xclusive Handboogschietbaan - 19/03/2019 02/01/2049 164.064 50% 82.032
Subtotaal 2.235.864 93% 2.068.360
Warmtenet Benedenbuurt 5.100.000
Totaal 2.235.864 7.168.360

Naast de hiervoor genoemde borgstellingen staat de gemeente ook borg voor leningen aan toegelaten instellingen voor sociale woningbouw en voor hypotheekleningen wegens particulier woningbezit (achtervanggaranties). De risico’s die hiermee gemoeid zijn, zijn tot een minimum beperkt doordat de primaire garantstelling is ondergebracht bij waarborgfondsen. Zo zijn de borgstellingen aan toegelaten instellingen (woningbouwverenigingen) ondergebracht bij het waarborgfonds sociale woningbouw en de borgstellingen voor hypotheekleningen wegens particulier woningbezit bij het fonds nationale hypotheekgarantie. Op basis hiervan is ingeschat dat het risico op een financieel nadeel voor de gemeente zeer onwaarschijnlijk is. Op dit moment is er geen aanleiding deze inschatting te herzien.

De afgegeven achtervanggaranties zijn als volgt opgebouwd (stand per 1-1-2026):

Schuldenaar (x € 1.000) Garantie-aandeel gemeente Wageningen Saldo Leningen
De Woningstichting Wageningen 99,99% 208.922
Idealis Wageningen 100,00% 60.175
Stichting Woonstede Ede 0,70% 2.625
Woningbouwvereniging Gelderland Arnhem 15,20% 286
Stichting Hof Wonen diverse (< 0,1%) 31
DUWO 1,50% 7.566
Totaal 279.605

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Kasgeldlimiet

Gemeente Wageningen beschikt over een kredietfaciliteit bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) van € 7.500.000. 

De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. In de wet FIDO is bepaald dat de gemiddelde netto vlottende schuld, over drie maanden gezien, de kasgeldlimiet niet mag overschrijden.

Onder de gemiddelde netto vlottende schuld wordt het saldo van de opgenomen leningen met een looptijd korter dan één jaar, de schulden en tegoeden in rekening-courant en contante gelden verstaan. De kasgeldlimiet wordt bepaald door het begrotingstotaal vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vastgesteld percentage van 8,5% over het begrotingstotaal.

Berekening kasgeldlimiet (x € 1.000.000) Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Begrotingstotaal 166,8 171,4 172,6 177,9
Kasgeldlimiet (begrotingstotaal x 0,085) 14,2 14,6 14,7 15,1

Het beleid is erop gericht binnen de kasgeldlimiet een schuldpositie aan te houden, omdat de rente op kortlopende middelen in het algemeen lager is dan de rente op langlopende middelen.

De netto vlottende schuld moet op kwartaalbasis binnen deze limiet blijven. Bij een dreigende overschrijding van de kasgeldlimiet gaat de gemeente over tot consolidatie van haar vlottende schuld door het aantrekken van een langlopende geldlening. Bij het aantrekken van langlopende leningen wordt rekening gehouden met de verwachte ontwikkeling van de financieringsbehoefte op korte én op (middel-)lange termijn. De beoordeling en kwantificering van de financieringsbehoefte doen we mede aan de hand van een jaarlijks terugkerend patroon van de pieken bij de inkomsten en uitgaven, aangevuld met specifieke informatie over grote investeringsprojecten en/of geldstromen.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Renterisiconorm

Met de renterisiconorm wordt een kader gesteld voor de spreiding van de looptijden van langlopende geldleningen. Het doel hiervan is te komen tot een spreiding van de (mogelijke) fluctuaties in de renterisico’s over langlopende geldleningen c.q. de vaste schuld. Het renterisico wordt gezien als het totaal van de renteherzieningen en aflossingen in een jaar. De renterisiconorm wordt, net als de kasgeldlimiet, bepaald als een percentage van het begrotingstotaal.

Uit onderstaande tabel blijkt dat de gemeente ruimschoots binnen de wettelijke norm (20% van het begrotingstotaal) blijft.

Bedragen x € 1.000 Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
Berekening renterisiconorm
A Begrotingstotaal (totale lasten) 166.846 171.394 172.591 177.932
B Percentage regeling 0,2 0,2 0,2 0,2
C Renterisiconorm (A x B) 33.369 34.279 34.518 35.586
Renterisico op vaste schulden
D Renteherzieningen op vaste schulden o/g - - - -
E Aflossingen 3.477 3.477 3.477 3.477
F Renterisico (D + E) 3.477 3.477 3.477 3.477
C Renterisiconorm 33.369 34.279 34.518 35.586
G Ruimte onder (+) of overschrijding (-) van de renterisiconorm (C - F) 29.892 30.802 31.041 32.109

Liquiditeitsplanning

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Liquiditeitsplanning

De wet Houdbare overheidsfinanciën en het schatkistbankieren maken het noodzakelijk een liquiditeitsplanning op te stellen voor de korte en middellange termijn. Deze planning geeft inzicht in het verloop van de ontvangsten en uitgaven op basis van de meerjarenbegroting, de geplande investeringen, aflossingsbetalingen van leningen, de vrijval uit afschrijvingen en de ontwikkeling van de overige activa en passiva van de gemeente. 

We zijn in de afgelopen periode gestart met de werkzaamheden voor het opstellen van een meerjarige liquiditeitsplanning, in samenhang met de (strategische) investeringsplanning. Bij de Programmabegroting 2026 hebben we voor de eerste keer een liquiditeitsprognose opgesteld en samengevoegd met de stukken van de 1e begrotingswijziging 2026. Ook bij de Programmabegroting 2027 wordt een actuele liquiditeitsprognose als separaat document aan de raad aangeboden. 

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Schatkistbankieren

Eind 2013 is het wettelijk verplichte schatkistbankieren ingevoerd. Schatkistbankieren houdt in dat gelden van decentrale overheden niet langer buiten de schatkist mogen worden aangehouden, bijvoorbeeld op spaarrekeningen bij bankinstellingen. Overtollige middelen mogen alleen in rekening-courant en via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden. Het woord overtollig verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Op basis van de wet Fido behoudt een decentrale overheid natuurlijk wel de mogelijkheid om leningen te verstrekken en uitzettingen te verrichten uit hoofde van de publieke taak. De deelname aan schatkistbankieren verandert daar niets aan.

EMU-saldo en EMU-schuld

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - EMU-saldo en EMU-schuld

In 1999 zijn in de Europese Unie (EU) afspraken gemaakt over de saldi van overheidsbegrotingen en -rekeningen. Deze afspraken zijn vastgelegd in het stabiliteit- en groeipact van de EU. De doelstelling van dit pact is het op middellange termijn bereiken én handhaven van een begrotingspositie die vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont. In het verdrag van Maastricht is bepaald, dat in tijden van laagconjunctuur het begrotingstekort het plafond van 3% van het bruto binnenlandsproduct (BBP) niet mag overschrijden (het EMU-saldo).

Eind 2011 is een aangescherpt Stabiliteits- en Groeipact van kracht geworden. De kern hiervan is dat de staatsschuld van eurolanden maximaal 60% van het BBP mag zijn (EMU-schuld) en het begrotingstekort maximaal 3% van het BBP (EMU-saldo). 

EMU-saldo
Bij de bepaling van het EMU-saldo per lidstaat worden ook de saldi van lokale overheden en van sociale fondsen meegenomen. Ook Wageningen draagt als lokale overheid bij aan de bepaling van het EMU-saldo. Jaarlijks stelt het Rijk een individuele referentiewaarde voor elke gemeente vast. In de septembercirculaire 2025 zijn de referentiewaarden voor 2026 per gemeente gepubliceerd en voor de gemeente Wageningen bedraagt de referentiewaarde op dit moment € 7,3 miljoen. Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. 

EMU-schuld
Ten aanzien van de EMU-schuld gelden geen specifieke regels voor gemeenten. Wel draagt het schatkistbankieren eraan bij dat de staatsschuld van Nederland als geheel iets lager ligt.

De individuele referentiewaarde voor 2027 bij gemeente Wageningen wordt in de septembercirculaire 2026 gepubliceerd, of uiterlijk in de decembercirculaire 2026.

EMU - saldo (x € 1.000) Rekening 2025 Begroting 2026 (primair) Begroting 2027 Raming 2028 Raming 2029 Raming 2030
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 10.660 3.415 -3.822 -7.233 -7.761 -8.273
2. Mutatie (im)materiële vaste activa 7.738 16.551 10.360 1.037 1.075 -692
3. Mutatie voorzieningen 1.377 795 2.130 1.461 852 228
4. Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -1.660 -9.650 0 0 0 0
5. Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
TOTAAL 18.115 11.110 8.668 -4.735 -5.834 -8.737

Renteschema

Terug naar navigatie - Paragraaf 7 Financiering - Renteschema

In onderstaand schema wordt conform de voorschriften inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen en de grondexploitatie wordt toegerekend.

Renteschema Begroting 2027
A De externe rentelasten over de lange en korte financiering 1.595.632
B De externe rentebaten over de lange en korte financiering -
B Rente-opbrengsten schatkistbankieren 359.500
C=A-B Saldo rentelasten en rentebaten 1.236.132
D De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend 217.592
E De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend 110.879
F De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (=projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -
G=C-D-E+F Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 907.661
H Rente over eigen vermogen -
I Rente over voorzieningen -
J=G+H+I Totaal aan taakvelden (programma’s inclusief overhead) toe te rekenen rente 907.661
K De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) 908.064
L=J-K Renteresultaat op het taakveld treasury -403
M Boekwaarde integraal gefinancierde vaste activa 90.806.378
N=J/M Toegestaan % omslagrente 0,9996%
O Gehanteerde % omslagrente 1,00%
P=L/K Afwijking mag niet groter zijn dan 25% 0%