Inleiding

Leeswijzer

Terug naar navigatie - Inleiding - Leeswijzer

Het voorwoord schetst de maatschappelijke context en de opgaven waarmee Wageningen deze bestuursperiode begint. De bestuurlijke samenvatting beschrijft de beleidsmatige inzet, de financiële hoofdlijn, de belangrijkste risico’s en de besluitvorming. Deze inleiding licht de opbouw en totstandkoming van de begroting toe.

De programma’s beschrijven wat de gemeente wil bereiken en welke middelen beschikbaar zijn. De paragrafen behandelen onderwerpen die meerdere programma’s raken, zoals lokale heffingen, weerstandsvermogen en bedrijfsvoering. De financiële begroting bevat de cijfermatige onderbouwing. De financiële scenario’s geven aanvullend inzicht in onzekerheden aan de inkomstenkant. De bijlagen bevatten nadere uitwerkingen, waaronder het investeringscohort.

Uitgangspunten begroting

Terug naar navigatie - Inleiding - Uitgangspunten begroting

Uitgangspunten begroting

De volgende algemene financiële uitgangspunten zijn gehanteerd:

  • De Programmabegroting 2027 en meerjarenraming 2028 - 2030 zijn gebaseerd op de door de raad vastgestelde Programmabegroting 2026, inclusief de nadien vastgestelde eerste begrotingswijziging 2026, de verwerking van de september- en decembercirculaire 2025 en de bijstelling van de lasten op basis van overeenkomsten en voortschrijdend inzicht.
  • De meerjarenraming en de structurele doorwerking van de vastgestelde Bestuursrapportage voorjaar 2026 zijn opgenomen alsmede de financiële gevolgen van de meicirculaire 2026.
  • De ontwikkelingen uit de Voorjaarsbrief 2026 zijn opgenomen in de Programmabegroting.
  • Indien er ruimte was om budgetten naar beneden bij te stellen in het kader van realistisch ramen, is dit gedaan.
  • De baten en lasten zijn geïndexeerd. 
  • De college- en raadsvoorstellen tot aan het zomerreces 2026 zijn verwerkt in de Begroting 2027 en meerjarenraming 2028 - 2030.
  • De uitwerking van de lopende investeringen is uitgewerkt in deze Programmabegroting en meerjarenraming.
  • De uitwerking van de nieuwe investeringen die samenhangen met de actualisatie van het investeringscohort zijn verwerkt in de Begroting 2027 en meerjarenraming 2028 - 2030.
  • De septembercirculaire 2026 verschijnt naar verwachting de derde dinsdag van september  (Prinsjesdag). Dit is te laat om de financiële gevolgen hiervan te verwerken in de Programmabegroting. De raad wordt geïnformeerd over de uitkomsten van de septembercirculaire via een informatienota, die vóór de begrotingsvergadering van november met de raad wordt gedeeld.
  • De effecten van de septembercirculaire worden voor het jaar 2026 meegenomen in de Bestuursrapportage najaar 2026 en voor de jaren 2027 en verder in de Bestuursrapportage voorjaar 2027.

Effect meicirculaire 2026

Terug naar navigatie - Inleiding - Effect meicirculaire 2026

Over de uitkomsten van de meicirculaire 2026 is de raad voor het zomerreces door middel van deze raadsinformatienota geïnformeerd. De financiële effecten van de meicirculaire 2026 zijn in deze begroting verwerkt. De septembercirculaire 2026 verschijnt te laat om de financiële gevolgen in deze begroting te verwerken.

Gehanteerde indexpercentages

Terug naar navigatie - Inleiding - Gehanteerde indexpercentages

De volgende indexaties zijn toegepast in de programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027 - 2029. Deze zijn gebaseerd op het Centraal Economisch Plan van het CPB februari 2025 (afgerond op 1 decimaal):

Index

Index 2027

Index 2028

Index 2029

Index 2030

Loon (Cao gemeenten en Index beloning werknemers (PO/BO))

4,10%

3,90%

3,30%

3,20%

Prijs (Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (IMOC))

2,10%

2,60%

2,30%

2,50%

Subsidies & Uitbestedingen (geen GR) (Afgeleide loon- en prijsstijging (loon 80%, prijzen 20%)

3,70%

3,64%

3,10%

3,06%

Lokale Heffingen - Niet kostendekkend exclusief Reclamebelasting (Afgeleide loon- en prijsstijging (loon 50%, prijzen 50%))

3,10%

3,25%

2,80%

2,85%

Lokale heffingen - Reclamebelasting & ICT Gemeente (Dienstenprijzen commerciële dienstverlening en transport / DPI)

3,40%

3,40%

3,40%

3,40%

Jeugd maatwerk (Overheidsbijdrage in de arbeidsontwikkeling - Nederlandse Zorgautoriteit 2024)

3,96%

3,96%

3,96%

3,96%

Lopende en toekomstige kredieten (Inputprijsindex grond-, weg- en waterbouw (GWW))

0,88%

0,88%

0,88%

0,88%

Kapitaalrente

1,00%

1,00%

1,00%

1,00%

 

Actualisatie van ambities, doelen en resultaten

Terug naar navigatie - Inleiding - Actualisatie van ambities, doelen en resultaten

Omschrijving

Ten opzichte van de Programmabegroting 2026 zijn binnen programma 1 Wageningen sociaal de ambities, doelen en resultaten opnieuw geordend en op onderdelen geactualiseerd. Dit volgt uit het reeds vastgestelde beleidskader Samen Wageningen 2026 en is dus geen nieuw beleid van het nieuwe college. Het programma is nu opgebouwd rond drie samenhangende thema’s: Sociale zekerheid, Gezond en veilig samenleven en Kansengelijkheid.

De nieuwe opbouw maakt de samenhang tussen bestaanszekerheid, gezondheid, veiligheid, ondersteuning en kansengelijkheid beter zichtbaar. De eerdere indeling uit de begroting 2026 is vervangen door een uitgebreidere doelenboom met afzonderlijke ambities voor onder meer inkomen, participatie, sociale basis, sport, cultuur, gezondheid, jeugdhulp, Wmo, onderwijs en basisvaardigheden. Programma’s 2 en 3 behouden grotendeels dezelfde hoofdstructuur als in 2026. De gewijzigde formuleringen binnen programma 1 leiden niet vanzelf tot extra financiële ruimte; uitvoering vindt plaats binnen de eerder vastgestelde kaders, tenzij de raad daarover afzonderlijk besluit.

Excel-tabel

Financiële scenario’s inkomstenkant

Terug naar navigatie - Inleiding - Financiële scenario’s inkomstenkant

De Programmabegroting 2027 is opgesteld op basis van het financiële beeld dat het college op dit moment het meest realistisch acht. In dit basisscenario is het begrotingssaldo in 2027 -€ 2,4 miljoen. Het structurele begrotingssaldo is € 64.000. Daarmee laat het basisscenario zien in hoeverre de structurele lasten en baten in 2027 in balans zijn.

Het financiële beeld blijft gevoelig voor ontwikkelingen aan zowel de inkomstenkant als de kostenkant. Deze analyse richt zich op de inkomstenkant. Vooral ontwikkelingen bij het Rijk kunnen gunstig of ongunstig doorwerken in de bestedingsruimte van Wageningen. Om die gevoeligheid zichtbaar te maken, werken we bij deze begroting met drie scenario’s. Het gaat om een basisscenario, een meevallerscenario en een tegenvallerscenario.

Het basisscenario is volledig verwerkt in de begroting en vormt de basis voor besluitvorming, autorisatie en uitvoering. De raad stelt dus één begroting vast. Het mee- en tegenvallerscenario zijn bedoeld als aanvullend inzicht. Zij laten zien wat er kan gebeuren als belangrijke inkomstenontwikkelingen gunstiger of ongunstiger uitpakken dan nu wordt geraamd.

Overzicht van de scenario's

Scenario

Uitgangspunt

Indicatief effect

Tegenvallerscenario

Rijksmiddelen en overige inkomsten vallen lager uit dan geraamd

€ 1,0 miljoen nadeel

Basisscenario

Meest realistische financiële beeld

€ 0

Meevallerscenario

Rijksmiddelen en compensaties vallen gunstiger uit

€ 3,0 miljoen voordeel


De bandbreedte tussen beide scenario's bedraagt daarmee indicatief circa € 4 miljoen. Daarmee wordt zichtbaar dat landelijke besluitvorming een substantiële invloed kan hebben op het financiële perspectief van Wageningen.

Meevallerscenario

In het meevallerscenario ontstaat extra financiële ruimte doordat landelijke inkomsten gunstiger uitvallen dan in het basisscenario is verwerkt. De grootste potentiële verbetering betreft aanvullende middelen voor de jeugdzorg. Daarnaast kan een betere financiering van de studietoeslag, een gunstiger ontwikkeling van het gemeentefonds en aanvullende taakmutaties positief doorwerken.

Voor de vertaling van landelijke mutaties hanteren we als vuistregel dat Wageningen ongeveer 2,0 promille van het gemeentefonds ontvangt. Een landelijke mutatie van € 100 miljoen betekent daarmee indicatief ongeveer € 200.000 voor Wageningen.

Onderdeel

Indicatief voordeel 2027

Aanvullende middelen jeugdzorg

€ 1.460.000

Financiering studietoeslag

€ 400.000

Gunstigere ontwikkeling gemeentefonds

€ 750.000

Taakmutaties en specifieke compensatie

€ 350.000

Totaal meevallerscenario

€ 2.960.000 voordeel


De indicatie voor de jeugdzorg is gebaseerd op de eerder beschikbaar gestelde landelijke compensatie van € 728 miljoen. Toepassing van de Wageningse vuistregel leidt tot een indicatief effect van circa € 1,46 miljoen.

Voor de studietoeslag wordt uitgegaan van het financiële nadeel dat in de Bestuursrapportage najaar 2025 is gesignaleerd. Een betere aansluiting tussen de rijksbekostiging en de Wageningse lasten kan dit nadeel beperken. Daarnaast heeft de Tweede Kamer het kabinet opgeroepen de uitvoering van de studietoeslag onder te brengen bij DUO. Over invoering en planning is op dit moment echter nog geen besluit genomen.

De bedragen voor het gemeentefonds en de taakmutaties zijn indicatieve gevoeligheidsbedragen. Zij sluiten aan bij de orde van grootte van schommelingen die Wageningen de afgelopen jaren via circulaires, taakmutaties en overige rijksbijstellingen heeft gezien.

Tegenvallerscenario

In het tegenvallerscenario vallen de inkomsten lager uit dan in het basisscenario is geraamd. Dit kan ontstaan door een ongunstigere ontwikkeling van het gemeentefonds, een lagere afrekening van het BTW-compensatiefonds of lagere compensatie voor nieuwe of gewijzigde gemeentelijke taken.

Onderdeel

Indicatief nadeel 2027

Nadeligere ontwikkeling gemeentefonds

€ 500.000

Lagere afrekening BTW-compensatiefonds

€ 300.000

Taakmutaties en specifieke uitkeringen

€ 200.000

Totaal tegenvallerscenario

€ 1.000.000 nadeel


Jeugdzorg en studietoeslag zijn niet afzonderlijk als nadeel opgenomen. In het basisscenario zijn hiervoor geen aanvullende toekomstige compensaties geraamd. Het uitblijven daarvan leidt daarom niet tot een extra verslechtering ten opzichte van de begroting, maar laat wel zien dat de financiële druk op deze dossiers blijft bestaan.

Bestuurlijke betekenis

De scenario's laten zien hoe robuust het financiële perspectief van Wageningen is. Een financieel voordeel in het meevallerscenario betekent niet automatisch dat ruimte ontstaat voor nieuw beleid. Eerst moet duidelijk zijn dat de middelen daadwerkelijk beschikbaar komen, structureel van aard zijn en niet samenhangen met aanvullende taken of verplichtingen.

Wanneer het tegenvallerscenario werkelijkheid wordt en daardoor het structurele begrotingsevenwicht onder druk komt te staan, is bestuurlijke bijsturing noodzakelijk. De aard en omvang daarvan vragen op dat moment een afzonderlijke bestuurlijke afweging.

Deze scenarioanalyse is bewust beperkt tot de inkomstenkant van de begroting. De ervaringen met deze eerste toepassing worden betrokken bij de voorbereiding van de Kadernota 2027. Op basis daarvan wordt beoordeeld of deze werkwijze wordt voortgezet, verder wordt ontwikkeld of wordt uitgebreid naar andere onderdelen van het financiële perspectief.

De Programmabegroting 2027 is opgesteld op basis van het financiële beeld dat het college op dit moment het meest realistisch acht. In dit basisscenario is het begrotingssaldo in 2027 -€ 2,4 miljoen. Het structurele begrotingssaldo is € 64.000. Daarmee laat het basisscenario zien in hoeverre de structurele lasten en baten in 2027 in balans zijn.

Het financiële beeld blijft gevoelig voor ontwikkelingen aan zowel de inkomstenkant als de kostenkant. Deze analyse richt zich op de inkomstenkant. Vooral ontwikkelingen bij het Rijk kunnen gunstig of ongunstig doorwerken in de bestedingsruimte van Wageningen. Om die gevoeligheid zichtbaar te maken, werken we bij deze begroting met drie scenario’s. Het gaat om een basisscenario, een meevallerscenario en een tegenvallerscenario.

Het basisscenario is volledig verwerkt in de begroting en vormt de basis voor besluitvorming, autorisatie en uitvoering. De raad stelt dus één begroting vast. Het mee- en tegenvallerscenario zijn bedoeld als aanvullend inzicht. Zij laten zien wat er kan gebeuren als belangrijke inkomstenontwikkelingen gunstiger of ongunstiger uitpakken dan nu wordt geraamd.

Overzicht van de scenario's

Scenario

Uitgangspunt

Indicatief effect

Tegenvallerscenario

Rijksmiddelen en overige inkomsten vallen lager uit dan geraamd

€ 1,0 miljoen nadeel

Basisscenario

Meest realistische financiële beeld

€ 0

Meevallerscenario

Rijksmiddelen en compensaties vallen gunstiger uit

€ 3,0 miljoen voordeel


De bandbreedte tussen beide scenario's bedraagt daarmee indicatief circa € 4 miljoen. Daarmee wordt zichtbaar dat landelijke besluitvorming een substantiële invloed kan hebben op het financiële perspectief van Wageningen.

Meevallerscenario

In het meevallerscenario ontstaat extra financiële ruimte doordat landelijke inkomsten gunstiger uitvallen dan in het basisscenario is verwerkt. De grootste potentiële verbetering betreft aanvullende middelen voor de jeugdzorg. Daarnaast kan een betere financiering van de studietoeslag, een gunstiger ontwikkeling van het gemeentefonds en aanvullende taakmutaties positief doorwerken.

Voor de vertaling van landelijke mutaties hanteren we als vuistregel dat Wageningen ongeveer 2,0 promille van het gemeentefonds ontvangt. Een landelijke mutatie van € 100 miljoen betekent daarmee indicatief ongeveer € 200.000 voor Wageningen.

Onderdeel

Indicatief voordeel 2027

Aanvullende middelen jeugdzorg

€ 1.460.000

Financiering studietoeslag

€ 400.000

Gunstigere ontwikkeling gemeentefonds

€ 750.000

Taakmutaties en specifieke compensatie

€ 350.000

Totaal meevallerscenario

€ 2.960.000 voordeel


De indicatie voor de jeugdzorg is gebaseerd op de eerder beschikbaar gestelde landelijke compensatie van € 728 miljoen. Toepassing van de Wageningse vuistregel leidt tot een indicatief effect van circa € 1,46 miljoen.

Voor de studietoeslag wordt uitgegaan van het financiële nadeel dat in de Bestuursrapportage najaar 2025 is gesignaleerd. Een betere aansluiting tussen de rijksbekostiging en de Wageningse lasten kan dit nadeel beperken. Daarnaast heeft de Tweede Kamer het kabinet opgeroepen de uitvoering van de studietoeslag onder te brengen bij DUO. Over invoering en planning is op dit moment echter nog geen besluit genomen.

De bedragen voor het gemeentefonds en de taakmutaties zijn indicatieve gevoeligheidsbedragen. Zij sluiten aan bij de orde van grootte van schommelingen die Wageningen de afgelopen jaren via circulaires, taakmutaties en overige rijksbijstellingen heeft gezien.

Tegenvallerscenario

In het tegenvallerscenario vallen de inkomsten lager uit dan in het basisscenario is geraamd. Dit kan ontstaan door een ongunstigere ontwikkeling van het gemeentefonds, een lagere afrekening van het BTW-compensatiefonds of lagere compensatie voor nieuwe of gewijzigde gemeentelijke taken.

Onderdeel

Indicatief nadeel 2027

Nadeligere ontwikkeling gemeentefonds

€ 500.000

Lagere afrekening BTW-compensatiefonds

€ 300.000

Taakmutaties en specifieke uitkeringen

€ 200.000

Totaal tegenvallerscenario

€ 1.000.000 nadeel


Jeugdzorg en studietoeslag zijn niet afzonderlijk als nadeel opgenomen. In het basisscenario zijn hiervoor geen aanvullende toekomstige compensaties geraamd. Het uitblijven daarvan leidt daarom niet tot een extra verslechtering ten opzichte van de begroting, maar laat wel zien dat de financiële druk op deze dossiers blijft bestaan.

Bestuurlijke betekenis

De scenario's laten zien hoe robuust het financiële perspectief van Wageningen is. Een financieel voordeel in het meevallerscenario betekent niet automatisch dat ruimte ontstaat voor nieuw beleid. Eerst moet duidelijk zijn dat de middelen daadwerkelijk beschikbaar komen, structureel van aard zijn en niet samenhangen met aanvullende taken of verplichtingen.

Wanneer het tegenvallerscenario werkelijkheid wordt en daardoor het structurele begrotingsevenwicht onder druk komt te staan, is bestuurlijke bijsturing noodzakelijk. De aard en omvang daarvan vragen op dat moment een afzonderlijke bestuurlijke afweging.

Deze scenarioanalyse is bewust beperkt tot de inkomstenkant van de begroting. De ervaringen met deze eerste toepassing worden betrokken bij de voorbereiding van de Kadernota 2027. Op basis daarvan wordt beoordeeld of deze werkwijze wordt voortgezet, verder wordt ontwikkeld of wordt uitgebreid naar andere onderdelen van het financiële perspectief.