In paragraaf 5 staat het grondbedrijf centraal. Allereerst wordt ingegaan op de kaders die voor het grondbedrijf van belang zijn. Dit betreft het grondbeleid, de grondprijzenbrief, de marktsituatie en de meerjarenplanning van de woningbouw. Vervolgens gaan we op hoofdlijnen in op de resultaten van de diverse projecten. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen we naar de MPG 2026, die we tegelijkertijd met de jaarrekening 2025 hebben aangeboden.
Paragraaf 5 Grondbeleid
Kaders grondbedrijf
Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Grondbeleid - Kaders grondbedrijfNota Grondbeleid
Het grondbeleid schept de voorwaarden en bepaalt de financieel-economische spelregels voor het realiseren van de gewenste ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de gemeente. Begin 2024 is de huidige Nota Grondbeleid vastgesteld, waarin we onder meer kiezen voor een meer actief grondbeleid. Dit houdt in dat we actief en risicodragend grondposities verwerven en ontwikkelen.
Programma Kostenverhaal
In de praktijk voert de gemeente nog vaak een meer faciliterend grondbeleid. Dit betekent dat we de grond niet zelf kopen, maar wel proberen om mee te denken in de planvorming om doelstellingen op zowel gemeentelijk- als projectniveau te kunnen realiseren. We zetten daarbij wel in op het maximaal verhalen van de kosten die we maken. Daartoe hebben we in 2026 het Programma Kostenverhaal opgesteld. Hierin is vastgelegd hoe we op een eenduidige wijze onze kostenverhalen, wanneer we ontwikkelingen en initiatieven van derden (zoals particulieren en projectontwikkelaars) faciliteren.
Grondprijzenbrief
De Grondprijzenbrief vormt de basis voor uitgifte van grond die de gemeente zelf in bezit heeft en dient als richtlijn voor initiatiefnemers met grond.
Onderhanden werken (OHW)
Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Grondbeleid - Onderhanden werken (OHW)Onderhanden werken zijn projecten (actieve grondexploitaties) waarbij de gemeente gronden verwerft, bouw- en woonrijp maakt en deze bouwgronden verkoopt aan particulieren of ontwikkelaars. Onderhanden werken zijn door de raad vastgesteld. Dit resulteert in het volgend overzicht met de OHW-projecten:
· Buurtseweg/Ireneschool
· Olympiapark
· Lawickse Allee 130
Bij deze projecten loopt de gemeente relatief veel risico. De afzetsnelheid is bijvoorbeeld afhankelijk van de marktvraag. In de praktijk liggen de risico’s echter zo veel mogelijk bij ontwikkelaars door het sluiten van contracten waarin de momenten van afname van de grond en prijzen vastliggen.
Kostenverhaallocaties (KVL)
Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Grondbeleid - Kostenverhaallocaties (KVL)Kostenverhaallocaties zijn projecten waarbij de (bouw)gronden in het bezit zijn van een private partij en door die partij ook zelf worden ontwikkeld. De gemeente faciliteert de plannen van private partijen als daarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. De (apparaat)kosten worden verhaald op de ontwikkelende partij. De gemeente loopt bij deze projecten alleen risico bij vertraging, omdat in dat geval de plankosten oplopen.
Overzicht KVL-projecten:
| Rustenburg II | Kortenoord | Veerweg 121 |
| De Dreijen | De Dreijen II | De Born Oost |
| Duivendaal | Geertjesweg/Novelstraat | Dorschkamp |
| Brink Residence | Churchillweg/Spelstraat | Vrijheidskwartier |
| De Bornsesteeg | Marijkeweg 22 | Churchillweg 146 |
| Costerweg 5 | Haverlanden 197-199 | Grintweg 255 |
| Kolakkerweg/Braakakkerweg | Kolkakkerweg 2 | Churchillweg 152 |
| Louis Bouwmeesterstraat 5 | Nieuwe Kanaalzone |
Uitgangspunt van kostenverhaalslocaties is het budgetneutraal ontwikkelen van projecten. Dit houdt in dat alle kosten die de gemeente maakt worden verhaald op initiatiefnemer(s). Bij nieuwe anterieure overeenkomsten worden afspraken gemaakt om voornoemde risico’s financieel sluitend op te vangen.
De totale boekwaarde bedraagt per 31-12-2025 in totaal € 13,5 miljoen (KVL € 12,1 miljoen en OHW € 1,4 miljoen). Het inzicht per ontwikkellocatie en op welke manier toekomstige tekorten voorkomen kunnen worden, wordt beschreven in het MPG 2026.
Overzicht onderhanden werken en kostenverhaal locaties per 31-12-2025 (x € 1.000)
|
Exploitatie |
Boekwaarde |
Prognose NCW |
Prognose EW |
Voorziening |
|
Onderhanden werken |
1.404 | 451 | 1.155 | 1.155 |
|
Kostenverhaal projecten |
12.129 | 2.134 | 2.273 | 2.273 |
|
Totaal |
10.732 | 3.444 | 3.464 | 4.093 |
In de toelichting op de balans is de voorziening per 31-12-2025 op eindwaarde opgenomen.
Resultaat
Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Grondbeleid - ResultaatHet resultaat van de actieve grondexploitaties bedraagt per 01-01-2026 afgerond € 1,2 miljoen negatief. De kostenverhaalslocaties laten een negatief resultaat zien van circa € 2,3 miljoen. Het saldo van het grondbedrijf bedraagt daarmee € 3,5 miljoen negatief.
Stand reserve grondexploitatie
Terug naar navigatie - Paragraaf 5 Grondbeleid - Stand reserve grondexploitatieDe stand van de algemene reserve grondexploitaties bedraagt per 01-01-2025 afgerond € 1,2 miljoen. Aan de reserve onttrekken we bedragen voor onder meer niet-verhaalbare plankosten in projecten kosten voor algemene zaken. Daarnaast storten we in deze reserve de winstnemingen en de positieve resultaten van af te sluiten locaties.
|
Verloop reserve grondexploitatie (x € 1.000) |
Bedrag |
| Stand per 1-1-2025 | 2.214 |
| Rente | 0 |
| Onttrekkingen | -75 |
| Verliesvoorziening toe- of afname | -1.013 |
| Stortingen | 0 |
| Winstnemingen | 127 |
| Inzet Reserve | 0 |
| Stand per 31-12-2025 | 1.183 |
De totale voorziening bedraagt per 01-01-2026 € 4,1 miljoen. De voorziening voor de onderhanden werken bedraagt circa € 1,2 miljoen en voor de kostenverhaalslocaties circa € 2,9 miljoen. De toename van de voorziening is vooral het gevolg van toename van plankosten bij de kostenverhaalslocaties.
|
Reserve grondexploitatie na claims en risico’s (x € 1.000) |
Bedrag |
| Stand per 31-12-2025 | 1.183 |
| Claims | -70 |
| Risico's | 0 |
| Restant na reserveringen per 31-12-2024 | 1.113 |
Rekening houdend met risico’s en claims en voorzieningen voor negatieve complexen, is de Reserve Grondexploitatie van € 1,2 miljoen in 2026 toereikend om de claims én de risico’s op te vangen. Deze risico’s komen ook terug in paragraaf 1 Weerstandsvermogen.