Bestuurlijke samenvatting

Bestuurlijke samenvatting

Terug naar navigatie - Bestuurlijke samenvatting - Bestuurlijke samenvatting

Eerste begroting van het nieuwe college

Deze beleidsarme begroting vertaalt vastgesteld beleid, wettelijke taken, autonome ontwikkelingen en eerdere besluiten naar 2027. Nieuwe keuzes uit het coalitieakkoord zijn nog niet als nieuw beleid of extra budget opgenomen. Die volgen na afzonderlijke uitwerking en besluitvorming, onder meer via de eerste begrotingswijziging 2027.

We zetten bestaand beleid voort, maar het financiële perspectief vraagt om keuzes. In 2027 is het structurele saldo beperkt positief; vanaf 2028 zijn er structurele tekorten. Geld, ruimte en capaciteit vragen om prioriteiten. We nemen de raad de komende periode mee in het proces richting de Kadernota 2027.

Dichtbij, inclusief en samenredzaam

Binnen Samen Wageningen 2026 werken we aan sociale zekerheid, gezond en veilig samenleven en kansengelijkheid. We versterken de sociale basis, preventie en ontmoeting in straten, buurten en de stad. We blijven werken aan veilige en leefbare buurten, samen met inwoners, maatschappelijke organisaties en hulpdiensten. Daarbij hoort toegankelijke ondersteuning bij zorg, wonen, werk en inkomen, aandacht voor basisvaardigheden voor jong en oud en toegankelijke mogelijkheden om te sporten en bewegen. We werken verder aan een stevig lokaal team om ondersteuning dichtbij inwoners te organiseren.

Cultuur draagt bij aan ontmoeting, ontwikkeling en de aantrekkelijkheid van Wageningen. We koesteren een bruisend cultureel aanbod. We starten met de voorbereiding van een nieuwe cultuurvisie.

Wonen, groen en bereikbaarheid in samenhang

Wageningen staat voor de opgave om de komende jaren 3.500 woningen te realiseren. In 2027 werken we aan woningbouwprojecten en het benutten van mogelijkheden binnen de bestaande woningvoorraad. Betaalbaarheid, waaronder sociale huur, is daarbij een belangrijk aandachtspunt. Netcongestie, stikstof en schaarse grond beïnvloeden wat mogelijk is en wanneer projecten kunnen worden uitgevoerd.

We verbinden de woningbouwopgave met bereikbaarheid en een gezonde leefomgeving. We werken verder aan ecologische verbindingen, natuurinclusief bouwen en een openbare ruimte met meer schaduw en ruimte voor water. Ook zetten we de mobiliteitstransitie voort en werken we aan duurzame economische ontwikkeling. De beschikbare ruimte vraagt om samenhangende keuzes tussen deze opgaven.

Kennis, innovatie en toegankelijke dienstverlening

Met Wageningen University & Research, de provincie Gelderland en Regio Foodvalley werken we eraan dat agrofood stevig onderdeel blijft van nationaal beleid en dat investeringen onze gemeente en regio bereiken. Food2040 richt zich op innovatie, kennis, talent, infrastructuur en ondernemerschap. Het initiatief heeft een plaats gekregen in het rapport-Wennink.

Digitalisering en kunstmatige intelligentie bieden kansen voor betere dienstverlening. Digitale veiligheid, betrouwbare informatie en afhankelijkheid van grote technologiebedrijven vragen daarbij om bewuste keuzes. We werken met andere overheden aan digitale autonomie en blijven fysiek en telefonisch bereikbaar voor inwoners die minder digitaal vaardig zijn.

Uitvoerbaarheid bepaalt het tempo

We wegen de beleidsmatige inzet af tegen beschikbare mensen, middelen en tijd. Waar nodig prioriteren of faseren we. Heldere communicatie, tijdige betrokkenheid van inwoners en het nakomen van afspraken zijn daarbij uitgangspunten.

Bestuurlijke samenvatting - financieel beeld

Terug naar navigatie - Bestuurlijke samenvatting - Bestuurlijke samenvatting - financieel beeld

Financieel beeld 2027–2030

De begroting 2027 heeft na mutaties in reserves een geraamd tekort van € 2,402 miljoen. Het structurele saldo bedraagt € 64.000 positief. Dat saldo laat zien hoe de begroting er na correctie voor incidentele posten uitziet; de inzet van begrotingsmaatregelen is daarin verwerkt. Vanaf 2028 zijn zowel het geraamde als het structurele resultaat negatief.

Jaar

Geraamd begrotingsresultaat

Structureel begrotingresultaat

2027

-€ 2,402 mln

 +€ 0,064 mln

2028

-€ 7,314 mln

 -€ 7,078 mln

2029

-€ 7,020 mln

 -€ 7,175 mln

2030

-€ 7,739 mln

 -€ 8,414 mln

Een negatief bedrag betekent een begrotingstekort. Een positief bedrag betekent een begrotingsoverschot.

Ontwikkeling van het meerjarige resultaat

Bedragen x € 1.000

2027

2028

2029

2030

Meerjarenbegroting 2026 incl. 1e wijziging

219

-2.782

-2.776

-2.899

Septembercirculaire 2025

-18

-253

-373

-543

Voorjaarsbrief 2026

-3.468

-2.573

-2.243

-2.262

Meicirculaire 2026

2.070

1.768

1.410

1.443

Overige mutaties Programmabegroting 2027

-1.205

-3.474

-3.038

-3.478

Totaal geraamd resultaat

-2.402

-7.314

-7.020

-7.739

Een positief bedrag betekent een positief effect op het begrotingssaldo. Een negatief bedrag betekent een negatief effect op het begrotingssaldo.

Het financiële vertrekpunt is sinds de Programmabegroting 2026 verslechterd. De Voorjaarsbrief 2026 verlaagde het resultaat in 2027 met € 3,468 miljoen en werkt ook deels structureel door. De septembercirculaire 2025 had een beperkt negatief effect. De meicirculaire 2026 verbeterde het beeld, vooral door middelen voor klimaat- en energiebeleid. Vervolgens verslechteren de in deze Programmabegroting verwerkte actualisaties het resultaat met € 1,205 miljoen in 2027 en met circa € 3,0 tot € 3,5 miljoen per jaar vanaf 2028. Vanaf 2028 is de grootste drijver van de terugval de verwachte mindere inkomsten van het Rijk.

De grootste structurele nadelen zijn het terugdraaien van de ingeboekte besparing op jeugdzorg (€ 811.000 per jaar). Deze was per abuis in de raming blijven staan bij de vorige begroting en dat is in deze begroting gecorrigeerd. Ook hogere uitgaven voor het Maatschappelijk Meedoen Budget (per saldo € 700.000 per jaar), de geraamde groei van de Wmo (€ 900.000) en de uitvoeringskosten voor klimaat- en energiebeleid. Daar staan onder meer lagere lasten voor het college en tijdelijke voordelen bij de opvang van ontheemde Oekraïners tegenover. In 2027 dempen de eerder ontvangen rijksmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid en lagere afschrijvingslasten het tekort. Vanaf 2028 vallen deze voordelen grotendeels weg, nemen de afschrijvingslasten toe en nemen de rijksmiddelen voor Wageningen af.

Begrotingsresultaat per programma

Onderstaande tabel laat per programma zien hoe het saldo van baten en lasten en de mutaties in reserves samen het geraamde begrotingsresultaat vormen. Voor 2027 is een tekort van € 2,402 miljoen geraamd. In 2028 loopt het tekort op tot € 7,314 miljoen; ook in 2029 en 2030 blijft het tekort ruim € 7 miljoen. Deze resultaten bevatten zowel structurele als incidentele posten en mogen daarom niet worden gelezen als het structurele begrotingssaldo.

Saldo baten en lasten exclusief reserve-mutaties

 

 

 

 

Programma

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

01 Wageningen sociaal

-68.955

-69.722

-68.878

-71.379

02 Wageningen fysiek

-19.315

-20.893

-22.355

-22.879

03 Bestuur en organisatie

84.447

83.382

83.472

85.985

Geraamd saldo van baten en lasten

-3.822 

-7.233

-7.761

-8.273

 

 

 

 

 

Saldo reserve-mutaties

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

01 Wageningen sociaal

464

399

396

393

02 Wageningen fysiek

228

-380

446

-166

03 Bestuur en organisatie

729

-100

-100

308

Geraamd saldo van reserve-mutaties

1.421 

-81

741

534

 

 

 

 

 

Saldo van baten en lasten inclusief reserve-mutaties

-2.402 

-7.314

-7.020

-7.739

Bedragen zijn in duizenden euro’s. Een negatief saldo betekent dat de lasten hoger zijn dan de baten. Een positief saldo van reservemutaties betekent dat meer aan reserves wordt onttrokken dan toegevoegd. Het onderste saldo is het begrotingsresultaat na reservemutaties.

Structureel begrotingsresultaat
Het structurele resultaat corrigeert het geraamde resultaat voor incidentele baten, lasten en reservemutaties. In 2027 resteert een positief structureel saldo van € 64.000. Vanaf 2028 ontstaat een structureel tekort van € 7,078 miljoen, oplopend tot € 8,414 miljoen in 2030. Daarmee is 2027 structureel in evenwicht. De meerjarige raming is niet structureel sluitend.

Structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Lasten exclusief mutaties reserves

           165.486

         170.069

         171.351

         176.878

Baten exclusief mutaties reserves

           161.664

         162.836

         163.590

         168.605

Geraamd saldo van baten en lasten

            -3.822

          -7.233

          -7.761

          -8.273

Toevoegingen reserves

              1.360

             1.324

             1.240

             1.054

Onttrekking reserves

              2.780

             1.243

             1.982

             1.588

Geraamd resultaat

            -2.402

          -7.314

          -7.020

          -7.739

Incidentele lasten

              5.986

             2.560

             2.620

             1.154

Incidentele baten

              3.621

             2.499

             2.127

             1.387

Incidentele toevoegingen aan reserves

              1.360

                727

                643

                457

Incidentele onttrekkingen aan reserves

              1.259

                551

             1.291

                899

Saldi van incidentele baten en lasten

              2.466

               237

             -155

             -675

Structureel begrotingssaldo

                   64

          -7.078

          -7.175

          -8.414

Leeswijzer: Bij het geraamde en structurele resultaat betekent negatief een tekort en positief een overschot. Lasten, baten, toevoegingen en onttrekkingen staan afzonderlijk als positieve bedragen vermeld.

Structureel resultaat en begrotingsmaatregelen

Om de begroting 2027 structureel sluitend te maken, zetten we voor het eerst twee bestaande begrotingsmaatregelen in. We benutten € 828.500 uit het surplus van de algemene reserve ter dekking van structurele lasten, binnen de voorwaarden van de provinciale toezichthouder. Daarnaast nemen we een stelpost kapitaallasten van € 260.000 op, gebaseerd op de gemiddelde onderuitputting van de afgelopen drie jaar. Het betreft een stelpost die we conservatief inzetten. Dat wil zeggen dat we werkelijke ruimte meer is op basis van de gemiddelde onderuitputting van de afgelopen drie jaar.

Hiermee komt het structurele begrotingssaldo voor 2027 uit op € 64.000 positief. De structurele opgave is daarmee niet opgelost. Vanaf 2028 ontstaan opnieuw tekorten. Met deze maatregelen creëren we tijd om richting de Kadernota 2027 voorstellen uit te werken om de begroting beter in evenwicht te brengen.

Scenario’s en onzekerheden

Voor het eerst maken we in deze begroting met een scenarioanalyse inzichtelijk hoe gevoelig het financiële perspectief van Wageningen is voor ontwikkelingen aan de inkomstenkant. Naast het basisscenario, dat volledig in de begroting is verwerkt, laten we zien wat het financiële effect kan zijn als belangrijke inkomsten gunstiger of ongunstiger uitvallen.

De analyse laat een indicatieve bandbreedte zien van € 1,0 miljoen nadeel tot circa € 3,0 miljoen voordeel. De belangrijkste onzekerheden liggen bij het gemeentefonds, jeugdzorg, studietoeslag, taakmutaties en specifieke compensaties. De scenario’s zijn geen alternatieve begrotingen en vormen geen vooraf beschikbare bestedingsruimte. In de aparte paragraaf Financiële scenario’s inkomstenkant lichten we de uitgangspunten, bedragen en bestuurlijke betekenis verder toe.

Bestuurlijke samenvatting - risico's en besluitvorming

Terug naar navigatie - Bestuurlijke samenvatting - Bestuurlijke samenvatting - risico's en besluitvorming

De financiële buffer neemt af

De geraamde tekorten werken door in de financiële buffer. Onderstaande tabel vergelijkt de beschikbare middelen om risico’s op te vangen met het bedrag dat daarvoor volgens de risicoanalyse nodig is.

Onderdeel (x € 1.000)

Begroting 2027

Raming 2028

Raming 2029

Raming 2030

Beschikbare weerstandscapaciteit

7.500

7.500

6.691

0

Benodigde weerstandscapaciteit

5.808

6.124

5.749

5.643

Weerstandsvermogen

1,29

1,22

1,16

0,00

Kwalificatie weerstandsvermogen

Ruim

voldoende

Ruim voldoende

Ruim voldoende

Ruim onvoldoende

De bedragen zijn in duizenden euro’s. Het weerstandsvermogen is de beschikbare buffer gedeeld door de benodigde buffer. Bij 1,0 zijn beide gelijk; onder 1,0 is de buffer onvoldoende.

Als uitgangspunt geldt dat het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet bedragen (kwalificatie ruim voldoende). Op basis van de huidige cijfers voldoet Wageningen aan deze norm. Het weerstandsvermogen is toereikend om de geïdentificeerde risico’s af te dekken en maakt het mogelijk substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat direct beleidsaanpassingen noodzakelijk zijn. Daarmee staat de gemeente er financieel robuust voor.

Ondanks dat de structurele saldi negatief zijn in de meerjarenraming 2028 en 2029 zien we dat het weerstandsvermogen boven de norm blijft. Dit komt omdat de reserves voldoende zijn gevuld om de risico’s af te dekken.

Een uitgebreide toelichting op het weerstandsvermogen en de wijze waarop risico’s worden beheerst, is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Wat stelt de raad vast?

Met deze begroting stelt de raad de beleidsmatige en financiële kaders voor 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 vast. De raad autoriseert de baten en lasten per programma en de geraamde mutaties in reserves.

Voor investeringen besluit de raad over de benodigde kredieten per project. De individuele kredietaanvragen staan in de geheime bijlage bij het raadsvoorstel. Hieronder staan de gevraagde kredieten geclusterd per thema. De openbare bijlagen bevatten het investeringscohort en het bijbehorende sturingsinstrumentarium.

Thema

Gevraagd krediet

Duurzaamheid

€ 855.000

Infra

€ 16.701.667

Woningbouw

€ 100.000

De kapitaallasten zijn in de begroting verwerkt voor zover deze in 2027–2030 starten. Het sturingsinstrumentarium laat zien wat investeringen en groei van de stad betekenen voor liquiditeit, schuldpositie, financiële kengetallen, kapitaallasten en toekomstige financiële ruimte.

Bestuurlijke betekenis en vervolg

Deze begroting biedt het kader voor de uitvoering van bestaand beleid in 2027. Het beperkte positieve structurele saldo in dat jaar neemt de meerjarige opgave niet weg. Vanaf 2028 zijn aanvullende keuzes nodig over beleid, uitvoering, inkomsten en uitgaven. Ook het wegvallen van de geraamde risicobuffer in 2030 vraagt om maatregelen. Nieuwe keuzes uit het coalitieakkoord worden afzonderlijk uitgewerkt en aan de raad voorgelegd, onder meer via de eerste begrotingswijziging 2027.