Paragraaf 6 Lokale heffingen

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Inleiding

Deze paragraaf geeft inzicht in de gemeentelijke (lokale) heffingen en belastingen. Hierbij gaat het zowel om de gebonden als de ongebonden heffingen en belastingen. Van gebonden heffingen is het bestedingsdoel wettelijk bepaald, zoals bij de rioolheffing en de  afvalstoffenheffing. Van ongebonden heffingen en belastingen is het bestedingsdoel niet wettelijk bepaald, bijvoorbeeld de OZB (onroerendezaakbelasting). De baten en lasten van de ongebonden heffingen en belastingen maken deel uit van het programma Algemene dekking en onvoorzien. De baten en lasten van de gebonden heffingen zijn meegenomen in de betreffende programma’s.

De lokale heffingen en belastingen vormen een belangrijke bron van inkomsten voor de gemeente. Deels dienen heffingen en belastingen als algemeen dekkingsmiddel voor de gemeentelijke uitgaven, deels ter verrekening van de kosten van de specifieke dienstverlening. Wageningen kent de volgende lokale heffingen en belastingen:

Ongebonden:

  • Onroerendezaakbelastingen (OZB)
  • Hondenbelasting
  • Parkeerbelastingen
  • Precariobelasting (bovengronds)
  • Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting
  • Reclamebelasting

Gebonden:

  • Afvalstoffenheffing
  • Rioolheffing
  • Leges
  • Scheepvaartrechten
  • Veergelden
  • Begraafrechten
  • Marktgelden

De gemeente heeft een kwijtscheldingsbeleid voor de minima. Na het overzicht heffingen en belastingen wordt het kwijtscheldingsbeleid toegelicht.

Heffingen / belastingen 2026

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Heffingen / belastingen 2026

Ongebonden heffingen:

Onroerende-zaakbelastingen (OZB

Gegevens

Percentage 2026

Voorlopig percentage 2027

Eigenaren woningen

0,11068 0,11411

Gebruikers

0,32649 0,33661

Eigenaren niet-woningen

0,40776 0,42040

De tarieven (percentages) voor de OZB werden voorheen voorlopig vastgesteld en later definitief gemaakt. Daarvoor waren er twee raadsvoorstellen benodigd. Vanaf het belastingjaar 2026 worden de belastingverordeningen niet meer tegelijk met de begroting vastgesteld, maar in de laatste raadsvergadering van het jaar. Niet meer voorlopig, maar in één keer goed. Dat maakt dat de tarieven die hier zijn opgenomen nog niet zijn gecorrigeerd naar de resultaten uit de herwaardering Wet WOZ. De tarieven zijn wel aangepast naar de peilaanpassing die de gemeente Wageningen hanteert, zijnde 3,1%. Voor nadere informatie over de OZB verwijzen we naar de Verordening onroerende-zaakbelasting 2027. De definitieve percentages worden vóór 31 december 2026 vastgesteld en gepubliceerd.

Naast de peilaanpassing die wordt berekend in de tarieven, wordt in de begroting ook rekening gehouden met areaaluitbreiding, zowel bij woningen als niet-woningen.

Parkeerbelastingen

De parkeertarieven worden in 2027 geïndexeerd met 3,1%. De uurtarieven worden rekenkundig afgerond op € 0,10,  de overige tarieven op € 1,00.

In het Omgevingsprogramma Mobiliteit is opgenomen dat Wageningen in 2027 het gebied met parkeerregulatie uitbreidt. Dit zal effecten hebben op de begroting, maar is nu niet meegenomen. Zodra het college en de raad over de uitbreiding hebben besloten, zal dit financieel worden verwerkt in de Berap Voorjaar 2027.

Reclamebelasting 

Het tarief voor reclamebelasting wordt jaarlijks geïndexeerd. De regels hiervoor liggen vast in de Nota indexeren voor planning & control documenten.

Voor 2027 geldt een index van 3,4%. 

De tarieven 2027 worden dan voor de Hoogstraat € 853,56 (2026: € 825,49) en voor de overige straten € 640,16 (2026: € 619,11).

Precariobelasting 

De tarieven precariobelasting bovengronds worden voor 2027 geïndexeerd met 3,1%. Als basis voor de berekening zijn de niet-afgeronde tarieven van 2026 gebruikt.

Hondenbelasting

Jaarlijks indexeert gemeente de tarieven voor de hondenbelasting. Voor het jaar 2027 bedraagt deze indexatie 3,1 %.

Bij de controle op de hondenbelasting eind 2025 en in 2026 zijn meer dan 200 extra honden aangetroffen. De begroting is daarom aanvullend verhoogd met 200 maal de belasting voor een hond.

De totale baten voor de hondenbelasting zijn daarmee op 2027 geraamd op € 191.686.

Toeristenbelasting en watertoeristenbelasting 

Tarievenoverzicht afgelopen jaren:

2025: € 2,10
2026: € 2,16

De toeristenbelasting wordt verhoogd met de algemene index van 3,1%. Dat leidt tot een nieuw tarief van € 2,23 per persoon per overnachting.

Gebonden heffingen:

Afvalstoffenheffing 

De tarieven voor de afvalstoffenheffing  stijgen in 2027 met de algemene index van 3,1%. In de tabel worden de tarieven voor de eerste set containers per zelfstandige woning vermeld.

Gegevens

Tarief 2026

Tarief 2027

Eenpersoonshuishoudens

270,75 279,15

Meerpersoonshuishoudens

351,98 362,89

De begroting voor de afvalstoffenheffing is in 2027 niet volledig kostendekkend. Om de begroting sluitend te maken, wordt een onttrekking van € 288.000 aan de egalisatiereserve afval voorzien. Gezien de omvang van de reserve betreft dit een beperkte onttrekking.

De reserve wordt bewust grotendeels in stand gehouden, omdat de afvalverwerkingskosten de komende jaren naar verwachting aanzienlijk zullen stijgen. Dit is met name het gevolg van de stapsgewijze verhoging van de afvalstoffenbelasting op restafval en de oplopende CO2-heffing. Hierdoor nemen de lasten naar verwachting toe met circa € 280.000 tot € 310.000 per jaar in 2028 en 2029, gevolgd door een aanvullende stijging van circa € 160.000 in 2030.

Vanaf 2028 wordt de egalisatiereserve ingezet om deze kostenstijgingen gedeeltelijk op te vangen. Hiermee kan de ontwikkeling van de afvalstoffenheffing voor inwoners worden gedempt en kunnen abrupte tariefstijgingen zoveel mogelijk worden voorkomen.


Rioolheffing 

De tarieven voor rioolheffing worden in 2027 geïndexeerd met 3,1%. In de tabel worden de tarieven voor woningen vermeld. 

Gegevens

Tarief 2026

Tarief 2027

Eenpersoonshuishouden

136,34 

140,57

Tweepersoonshuishouden

163,55  168,62

Meerpersoonshuishouden

190,75  196,66

Leges

De tarieven leges in de hoofdstukken 1, 2 en 3 worden in 2027 met 3,1% geïndexeerd, voor zover het geen tarieven betreft die landelijk worden vastgesteld (zoals reis- en identiteitsdocumenten en rijbewijzen). 

Veergelden

De veertarieven worden vanaf 2027 aangepast met als doel de opbrengsten met circa 7 à 8% (€ 50.000) te verhogen. De tariefaanpassing zal per verkeerscategorie verschillen en naar verwachting variëren tussen 0% en 15%. De definitieve 'Verordening op de heffing en de invordering van de veergelden Lexkesveer' wordt in december 2026 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

 Voor deze voorgestelde tariefaanpassing zijn drie redenen.

  1. Ten eerste ontvangt de gemeente Wageningen van de provincie Gelderland een bijdrage in het exploitatietekort van het veer. Aan deze bijdrage is de voorwaarde verbonden dat de gemeente actief onderzoekt welke maatregelen mogelijk zijn om het tekort te beperken.
  2. Ten tweede zijn de tarieven sinds 2024 niet meer geïndexeerd; voor enkele categorieën geldt dat de tarieven al gedurende een langere periode ongewijzigd zijn gebleven.
  3. Ten derde zijn de exploitatiekosten van het veer gestegen, met name als gevolg van hogere energiekosten. Het veer maakt gebruik van HVO100-brandstof, waarvan de prijs aanzienlijk is toegenomen. Om dezelfde reden heeft het Opheusdense veer zijn tarieven per 1 juli 2026 verhoogd. Met de gemeente Nederbetuwe is afgesproken de tarieven van beide veren zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.

Scheepvaartrechten

De tarieven voor scheepsvaartrechten worden in 2027 geïndexeerd met 3,1%. 

Aanvullend hierop verrekenen we (een deel van) de hogere energiekosten in de tarieven. De 'Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten Wageningen 2027’ wordt in december 2026 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Begraafrechten 

De tarieven in de verordening begraafrechten worden in 2027 geïndexeerd met 3,1 %.

Medio 2026 wordt de exploitatie van de begraafplaats nader bekeken. Zo nodig leidt dit tot een nadere aanpassing van de tarieven of tot een apart voorstel aan de raad. De definitieve ‘Verordening op de heffing en de invordering van begraafrechten Wageningen 2027’ wordt in december 2026 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Marktgelden

De tarieven voor de marktgelden worden in 2027 geïndexeerd met 3,1%.  

Aanvullend hierop verrekenen we (een deel van) de hogere energiekosten in de tarieven. De 'Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld Wageningen 2027’ wordt in december 2026 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.

Kwijtscheldingsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Kwijtscheldingsbeleid

De gemeente voert een actief en maximaal kwijtscheldingsbeleid voor inwoners met een minimum inkomen. Kwijtschelding wordt verleend op basis van een inkomen van maximaal 100% van de bijstandsnorm. Kwijtschelding wordt in 2027 verleend voor de afvalstoffenheffing (begroot € 249.000), de rioolheffing (begroot € 125.000) en de hondenbelasting (1e hond, begroot € 9.000). Daarnaast kunnen minima in aanmerking komen voor vergoeding van de legeskosten van identiteitsbewijzen (begroot € 4.000). Naar verwachting zullen circa 800 huishoudens gebruik maken van de kwijtschelding voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, 100 huishoudens van de kwijtschelding hondenbelasting en 50 huishoudens van de kwijtschelding leges reisdocumenten.

Voor ondernemers als natuurlijke persoon bestaat onder bepaalde voorwaarden ook de mogelijkheid kwijtschelding te krijgen voor de genoemde heffingen en belastingen.

Kostendekkendheid heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Kostendekkendheid heffingen

Voor de gebonden heffingen mag een gemeente niet meer dan de haar gemaakte kosten doorrekenen in de tarieven. Wageningen streeft naar een kostendekking van 100% per heffing. De kosten van de kwijtschelding mogen hierbij meegerekend worden. 

Voor toerekening van de overhead geldt het volgende: de directe uren worden verhoogd met een opslagpercentage. Het opslagpercentage wordt bepaald door de verhouding indirecte/directe kosten van de totale apparaatskosten. Het opslagpercentage voor 2027 bedraagt 85%.

Bedragen (x € 1.000) Afvalstoffenheffing Rioolheffing Veergelden Begraafrechten Marktgelden Scheepvaartrechten
Kosten taakveld(en) incl. (omslag) rente 5.150 2.642 285 610 52 411
Inkomsten taakveld(en) excl. Heffingen 90 - - 19 - 10
Netto kosten taakveld 5.060 2.642 285 591 52 401
Overhead incl. (omslag) rente 314 340 531 204 59 190
BTW 887 295 - - - -
Totaal toe te rekenen kosten 6.261 3.277 816 795 111 590
Opbrengst heffingen 5.951 3.277 811 795 78 391
Dekking 95% 100% 100% 100% 70% 66%

Kostendekkendheid leges

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Kostendekkendheid leges

Voor de leges geldt eveneens dat de gemeente over de verordening in zijn geheel niet meer dan de door haar gemaakte kosten mag doorberekenen in de tarieven. Hieronder geven we de kostendekkendheid per hoofdstuk aan.

Volledige omschrijving per hoofdstuk:

  • Hoofdstuk 1: Algemene dienstverlening
  • Hoofdstuk 2: Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet
  • Hoofdstuk 3: Dienstverlening vallend onder dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2
Onderwerp legesverordening Directe kosten Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendekkendheid
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1 - Burgerlijke stand 1.470 43.622 37.080 65.007 79%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart 301.967 192.472 163.612 566.680 86%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen 44.793 66.353 56.404 135.887 81%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens 3.100 26.031 22.128 54.424 106%
Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken
Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie
Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken 5.711 8.091 6.877 16.950 82%
Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief 303 257 66 12%
Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten 46.496 39.520 118.315 138%
Paragraaf 1.10 - Diversen
Totaal hoofdstuk 1 357.041 383.368 325.878 957.329 90%
Hoofdstuk 2 - Fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen
Paragraaf 2.2 - Voorfase 7.721 6.563 11.203 78%
Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken 918.275 204.223 173.589 1.456.594 112%
Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed 89.716 4.420 3.757 14.340 15%
Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten
Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten
Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten 21.110 821 698 3.270 14%
Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten
Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften
Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid
Paragraaf 2.11 - Overige tarieven
Paragraaf 2.12 - Modaliteiten 253.317 15.450 13.131 93.202 33%
Paragraaf 2.13 - Vermindering
Paragraaf 2.14 - Teruggaaf -12.629
Totaal hoofdstuk 2 1.282.418 232.635 197.738 1.565.980 91%
Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn
Paragraaf 3.1 - Horeca 14.436 12.270 23.367 87%
Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven
Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet
Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement
Paragraaf 3.5 - Standplaatsen
Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014
Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit
Totaal hoofdstuk 3 14.436 12.270 23.367 87%
Totaal 1.639.459 630.439 535.886 2.546.676 91%
Recapitulatie Hoofdstuk 1, 2 en 3 Directe kosten Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendekkendheid
Kostendekking Hoofdstuk 1 357.041 383.368 325.878 957.329 90%
Kostendekking Hoofdstuk 2 1.282.418 232.635 197.738 1.565.980 91%
Kostendekking Hoofdstuk 3 14.436 12.270 23.367 87%
Kostendekking totale tarieventabel 1.639.459 630.439 535.886 2.546.676 91%

Opbrengsten lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Opbrengsten lokale heffingen

De geraamde opbrengsten van de heffingen en belastingen zijn als volgt:

Programma Opbrengt (x € 1.000) Rekening 2025 Begroting 2026 Begroting 2027
2 Veergelden 726 725 775
2 Parkeerbelasting 1.455 1.405 1.547
2 Marktgelden 60 75 78
2 Scheepvaartrechten 403 388 391
2 Begraafrechten 640 761 795
2 Afvalstoffenheffing 5.844 5.836 6.059
2 Rioolheffing 3.101 3.179 3.277
3 OZB 15.279 15.843 16.469
3 Hondenbelasting 157 166 192
3 Toeristenbelastingen 273 271 279
3 Precariobelastingen 108 64 66
3 Reclamebelasting 145 152 157
1, 2 en 3 Leges 3.099 2.315 2.410
Totaal 31.292 31.180 32.496

Belastingdruk

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Belastingdruk

Er zijn verschillende organisaties die de ontwikkeling van de lokale lasten volgen. Een van de meest neutrale en consistente onderzoeken is het jaarlijkse onderzoek van het Centrum onderzoek economie van de lagere overheden (Coelo). Een uitleg van de berekening en de uitkomsten van de onderzoeken zijn hier te vinden: https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2026/bijlagen-2026-en-databestanden/

De berekening van de woonlasten is niet gelijk aan de berekening van de belastingcapaciteit in paragraaf 1 Weerstandsvermogen & risicobeheersing. In de berekening van het Coelo wordt de gemiddelde WOZ waarde berekend op uitsluitend koopwoningen. De gemeente Wageninen heeft relatief veel huur- en studentenwoningen. Doordat de WOZ-waarde van de huurwoningen over het algemeen lager ligt dan de gemiddelde WOZ-waarde van alleen koopwoningen leidt de berekening van de belastingcapaciteit tot een andere (lagere) waarde.

Voor een meerpersoonshuishouden waarvan de bewoners tevens eigenaar van de woning zijn, komt Wageningen in de Atlas van de lokale lasten 2026 (versie 14 april 2026, geraadpleegd op 8 juli 2026) van het COELO binnen de provincie Gelderland op de 36e plaats van de 51 gemeenten. Dit betekent dat Wageningen relatief hoge woonlasten heeft, maar in verhouding iets minder duur is geworden dan andere gemeenten. Voor de provincie Gelderland ziet de tabel er als volgt uit:

Rangnummer Gelderland Gemeente € per huishouden Rangnummer landelijk
1 Aalten € 774 3
2 Putten € 837 7
3 Nijkerk € 849 9
4 Zutphen € 930 33
5 Oost Gelre € 930 34
6 Doetinchem € 933 37
7 Duiven € 944 46
8 Nunspeet € 956 56
9 Wijchen € 974 68
10 Elburg € 978 72
11 Harderwijk € 983 74
12 Ede € 985 77
13 Oldebroek € 990 80
14 Winterswijk € 994 83
15 Lochem € 1.015 99
16 Overbetuwe € 1.026 108
17 Epe € 1.033 115
18 Scherpenzeel € 1.033 116
19 Berg en Dal € 1.033 117
20 Zevenaar € 1.036 122
21 Barneveld € 1.038 126
22 Apeldoorn € 1.039 127
23 Heumen € 1.043 131
24 Oude IJsselstreek € 1.051 144
25 Montferland € 1.084 177
26 Bronckhorst € 1.092 186
27 Druten € 1.094 188
28 Berkelland € 1.096 192
29 Tiel € 1.106 201
30 Beuningen € 1.129 219
31 West Maas en Waal € 1.132 220
32 Maasdriel € 1.132 221
33 Ermelo € 1.148 232
34 Heerde € 1.153 235
35 Neder-Betuwe € 1.164 243
36 Wageningen € 1.183 254
37 Nijmegen € 1.200 262
38 Voorst € 1.202 263
39 Arnhem € 1.205 264
40 Lingewaard € 1.214 269
41 Culemborg € 1.222 273
42 Rheden € 1.234 282
43 Westervoort € 1.234 284
44 Zaltbommel € 1.250 289
45 Brummen € 1.291 301
46 Doesburg € 1.314 308
47 Buren € 1.345 314
48 Hattem € 1.397 324
49 West Betuwe € 1.498 330
50 Renkum € 1.512 331
51 Rozendaal € 1.559 335

Landelijke woonlastenpositie

Terug naar navigatie - Paragraaf 6 Lokale heffingen - Landelijke woonlastenpositie

In onderstaande grafiek is op basis van de gegevens van het Coelo (https://coelo.nl/atlas-lokale-lasten-2026/bijlagen-2026-en-databestanden/ versie 14-04-2026, geraadpleegd op 8-7-2026) de positie van Wageningen weergegeven op de landelijke ranglijst ten opzichte van het aantal gemeenten. Hoe hoger de rang hoe hoger de woonlasten ten opzichte van andere gemeenten. Wageningen neemt voor 2026 positie 254 in van de 342 gemeenten in Nederland. De relatieve positie van de Gemeente Wageningen is in de laatste jaren dalend.