Leeswijzer

Een gewijzigde opzet en inhoud van de programmabegroting

Voor u ligt de Programmabegroting 2022-2025 van de gemeente Wageningen. Eigenlijk zijn het de begroting voor het jaar 2022 en de meerjarenraming voor de jaren 2023 tot en met 2025. De begroting is opgesteld door het college van B&W en wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Vervolgens kan het college daarmee in het jaar 2022 aan de slag, dat wil zeggen de ambities en doelstellingen realiseren binnen de wettelijke en de door de raad vastgestelde financiële en beleidsinhoudelijke kaders en randvoorwaarden.

De Programmabegroting 2022-2025 wijkt in vele opzichten af van die van voorgaande jaren. Zowel qua inhoud als opzet. Qua inhoud omdat in deze programmabegroting alle uitkomsten van de besluitvorming over de Nieuwe Toekomst zijn verwerkt. Qua opzet omdat deze geheel is gewijzigd. De programma-indeling is fundamenteel veranderd: van 11 naar 3 begrotingsprogramma’s. Binnen de begrotingsprogramma’s is de opzet ook gewijzigd. Deze wijzigingen zijn bedoeld om de leesbaarheid, de omvang en de informatiewaarde van de programmabegroting te verbeteren.

In de raadswerkgroep Financiële Documenten is in 2020 gesproken over de opzet van de programmabegroting. Vanuit deze werkgroep is onder andere het voorstel gedaan de opzet van de programmabegroting met ingang van de programmabegroting 2022 aan te passen en daarbij het aantal begrotingsprogramma’s terug te brengen van 11 naar 3. De nieuwe begrotingsprogramma’s zijn: 1 Wageningen Sociaal, 2 Wageningen fysiek en 3 Bestuur en organisatie. Deze opzet is nu toegepast. In de Kadernota die kort voor de zomer door de raad is vastgesteld is ook al inzicht gegeven in de baten en lasten op basis van de oude en de nieuwe programma-indeling.

In voorgaande begrotingsprogramma’s was een overdaad aan tabellen en grafieken opgenomen. Daarnaast waren er verspreid over de programma’s 34 beleidsindicatoren opgenomen. Beleidsindicatoren die wettelijk verplicht zijn, maar in de praktijk weinig toegevoegde waarde bieden aangezien de gegevens simpelweg (nog) niet beschikbaar zijn. Doel is om toe te werken naar een begroting waarbij eigen indicatoren in de programma’s opgenomen worden die van toegevoegde waarde zijn voor het vormen van een beeld van de in de begroting opgenomen ambities, doelen en resultaten. In deze begroting zijn er nog geen eigen indicatoren toegevoegd. Dit proces is onder andere afhankelijk van de beleidscyclus waarin per domein voorstellen worden gedaan voor eigen indicatoren. De wettelijk verplichte indicatoren zijn in deze nieuwe opzet van de begroting in een bijlage opgenomen. In de begrotingsprogramma’s wordt hiernaar verwezen.

In voorgaande begrotingen werden per onderdeel binnen een begrotingsprogramma vijf figuren met veel verschillende informatie getoond. In de nieuwe opzet is getracht figuren en tabellen te tonen die voor de raad van belang zijn en uiteraard ook wat wettelijk is voorgeschreven. Het is in ieder geval verplicht vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) om inzicht te geven in de raming voor het begrotingsjaar van het bestaande en nieuwe beleid. Verder is vanuit het BBV verplicht gesteld dat in de financiële begroting (het totaaloverzicht) informatie over de baten en lasten van T-2 t/m T+3 wordt getoond. In aanvulling hierop wordt ook in de nieuwe opzet in de begrotingsprogramma’s de informatie over de T-2 tot en met T+3 getoond. Hiermee wordt dus meer informatie over de ontwikkeling in jaren per programma getoond dan verplicht is. Het college is van mening dat deze informatie wel nuttige inzichten kan bieden aan de raad. Om duidelijker te maken dat T het jaar is waarvoor de raad de begroting vaststelt en de andere jaren slechts ramingen betreffen, is de kolom voor jaar T een andere kleur of tint gegeven.

Verder wordt de indeling naar producten niet meer getoond en alleen tabellen opgenomen over de baten en lasten per programma en per ambitie, en in de financiële begroting ook per taakveld. Dit informatieniveau sluit beter aan bij de kaderstellende rol van de raad. De indeling wettelijk/niet-wettelijk is niet verplicht gesteld vanuit het BBV. Op grond van de verwachting dat de raad waarde hecht aan deze informatie wordt per ambitie getoond welk gedeelte wettelijke en welk gedeelte niet-wettelijke taken betreft.
Een laatste aanpassing betreft de vergelijkende cijfers. Ter vergroting van de vergelijkbaarheid van de cijfers zijn de vergelijkende cijfers gewijzigd: van Nederland totaal naar gemeenten in de grootteklasse 25.000 t/m 50.000 inwoners.

Met de vele wijzigingen die zijn doorgevoerd is de Programmabegroting 2022-2025 qua opzet nog niet “af”. Het college ziet de noodzaak en ook mogelijkheden tot verdere verbeteringen die de leesbaarheid en informatiewaarde met name in de begrotingsprogramma’s verder verbeteren. Dat geldt bijvoorbeeld voor het zogenaamde smarter maken van doelstellingen in de programmabegroting. Dit vraagt de komende jaren nog meer aandacht en begint in principe bij het formuleren van indicatoren bij het vaststellen en actualiseren van beleid. Daarin wordt vastgesteld welke ambities en doelen worden nagestreefd en welke indicatoren daarbij passen die tijdig beschikbaar en betrouwbaar zijn en dan ook een plek kunnen krijgen in de programmabegroting en het jaarverslag.

De nieuwe opzet van de programma's maakt ook zichtbaar dat er nog andere verbeteringen noodzakelijk zijn.  Dit betreft bijvoorbeeld het ontbreken van toelichtingen op de tabellen van baten en lasten. Het is zeker gewenst om de meest relevante wijzigingen in de begrotingsbedragen te duiden. 

Leeswijzer algemeen

De programmabegroting is opgebouwd uit 3 verschillende onderdelen: de begrotingsprogramma’s, de paragrafen en de financiële begroting.
In de begrotingsprogramma’s zijn de beleidsdoelstellingen geclusterd op basis van beleidsmatige samenhang. Deze zijn uitgewerkt naar ambities en doelstellingen. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt wat we willen bereiken (ambitie, doel en resultaat) en wat dat mag gaan kosten.

Naast de programma’s bevat de begroting de paragrafen voor specifieke beleidsthema’s. Daarvan zijn zeven paragrafen verplicht op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording, het BBV. Daarnaast heeft de gemeenteraad eerder gekozen voor het opnemen van de paragraaf Gevolgen voor de minima. Deze paragraaf is dit jaar (nog) gehandhaafd. De raad wordt gevraagd in overweging te nemen of deze paragraaf in het vervolg nog opgenomen dient te worden. Tenslotte bevat de programmabegroting de zogenaamde financiële begroting. Hierin zijn totaaloverzichten van de baten en lasten, toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, overzichten van incidentele baten en lasten en het verloop van reserves en voorzieningen opgenomen.