5. Overige ontwikkelingen en risico's in beeld

Wageningen Sociaal

Terug naar navigatie - 5. Overige ontwikkelingen en risico's in beeld - Wageningen Sociaal

De beleidsvelden binnen programma 1 – Wageningen Sociaal zijn volop in beweging. Wetswijzigingen, nieuwe maatschappelijke uitdagingen en ingezette beleidsontwikkelingen hebben invloed op onze begroting. Soms gaan deze veranderingen alleen over de inhoud, vaak zijn er ook financiële effecten. Wanneer we deze gevolgen al scherp in beeld hebben, zijn deze in de eerder genoemde ontwikkelingen opgenomen. Voor niet alle ontwikkelingen is dit al mogelijk. Bijvoorbeeld omdat de impact van een ontwikkeling op (uitvoerings)kosten nog niet duidelijk is, of de kostendekking vanuit het Rijk nog niet bekend gemaakt is.

We vinden het belangrijk om een zo compleet mogelijk overzicht te geven van de ontwikkelingen die op ons af komen. Tegelijkertijd willen we geen schijnwerkelijkheid creëren door (financiële) consequenties in beeld te brengen gebaseerd op incomplete informatie of te grote onzekerheden. Daarom zijn de onderstaande ontwikkelingen wel benoemd, maar niet verwerkt in het financiële overzicht.

·         Vanwege het aflopen van de overeenkomst met IW4 voor beschut werk wordt opnieuw gekeken naar de borging van de beschutte werkplekken.

·         De gemeente zet actief in op het vergroten van het bereik van de Maatschappelijk Meedoen Regeling, zodat iedereen die hulp nodig heeft deze ook ontvangt. Bij een groter bereik nemen de kosten toe. Dit geldt in eerste instantie voor de verstrekkingen. Mogelijk leidt het tot een toename van uitvoeringskosten als we dit niet binnen de bestaande capaciteit en huidige manier van werken kunnen oplossen.

·         De uitvoering van schulddienstverlening binnen de beleidskaders en kwaliteitseisen leidt waarschijnlijk tot hogere uitvoerings- en beleidskosten.

·         Voortkomend uit de wetswijziging van de Participatiewet in Balans verschuiven bepaalde kosten van de bijzondere bijstand naar de BUIG. Het is op dit moment nog niet duidelijk in hoeverre de BUIG voorziet in deze kostenstijging.

·         Door de komst van de nieuwe Bibliotheekwet kunnen eisen aan de bblthk veranderen, bijvoorbeeld t.a.v. openingstijden. Dit kan tot hogere kosten leiden.

·         De inzet van de preventiemedewerker jeugd wordt op dit moment gefinancierd uit middelen uit het Gezond en Actief Leef Akkoord (GALA). Deze middelen zijn alleen in 2026 nog beschikbaar. Hoogstwaarschijnlijk gaan deze middelen over in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord. Wanneer dit onverhoopt niet zo is, ontstaat een ongedekte uitgave in 2027.

·         De uitvoering van het nieuwe sport- en beweegbeleid. We zijn bezig met een meerjarige inbestedingsopdracht voor de uitvoering van sportactiviteiten, ondersteuning sport- en beweegaanbieders gecombineerd met een opdracht voor beheer en realisatie sportaccommodaties. Een deel van de dekking komt uit de landelijke Brede SPUK-regeling en een deel zal mogelijk leiden tot meer lasten in de begroting.

·         Door de structurele instroom van nieuwe statushouders groeit het aantal inburgeraars dat door de gemeente wordt begeleid. Dit kan leiden tot hogere uitvoeringskosten. We kijken eerst of we het kunnen oplossen binnen de bestaande capaciteit.

·         In het aanvullende evenementenplan met bijbehorende locatieprofielen willen we dat evenementenorganisatoren meer aandacht hebben voor duurzaamheid, gezond voedsel, toegankelijkheid en het afval. Mogelijk zijn er additionele middelen nodig om evenementenorganisatoren te kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld in de vorm van een subsidieregeling.

·         De portefeuillehouder heeft toegezegd om in deze voorjaarsbrief stil te staan bij de systematiek van bekostiging van vluchtelingenopvang van Oekraïners en de vergoeding uit het Rijk. Voor de Oekraïneopvang is de vergoeding niet geïndexeerd dit jaar. Dat betekent dat we € 44 per opvangplek per dag ontvangen. Van dit bedrag moeten we alle dienstverlening betalen, dus zowel de huur en energiekosten van de opvanglocatie als de begeleiding en ondersteuning die we voor deze groep bieden. Op het moment dat de gemeente onvoldoende heeft aan dit bedrag, kunnen we daadwerkelijk gemaakte kosten declareren bij het Rijk. De verwachting is dat Wageningen voldoende heeft aan deze vergoeding, omdat we op dit moment geen gebruik maken van dure opvangvormen zoals opvangen in een hotel. Wat we wel zien is dat de kosten voor onderhoud van de opvanglocaties stijgen. De vergoeding per persoon per opvangplek is de afgelopen jaren bijgesteld. Dit betekent dat de gemeente niet meer te maken heeft met de overschotten zoals in de eerste opvangjaren. Dit jaar zijn we in afwachting van de veranderende wetgeving, die per 1 maart 2027 ingaat. Er is nog te weinig duidelijk om invulling te kunnen geven aan de financiële consequenties hiervan. Zodra we meer duidelijk hebben, zullen wij uw raad informeren. De lasten en de baten in het kader van de opvang van Oekraïners zijn nog niet verwerkt in de Begroting 2027. Als de regeling volgend jaar bekend is, dan zullen we voorstellen om de lasten en baten op te nemen in de Begroting 2027 via de Berap voorjaar 2027.

·         Voor de huur van de tijdelijke huisvesting van de  Internationale Schakelklas van het Pantarijn is tot augustus 2027 budget in de begroting opgenomen. Als het  alternatief voor de huidige locatie meer tijd nodig heeft om te realiseren,  is er mogelijk extra budget nodig voor de verlenging van de huurperiode.

Wageningen Fysiek

Terug naar navigatie - 5. Overige ontwikkelingen en risico's in beeld - Wageningen Fysiek

Ook binnen programma 2 spelen diverse ontwikkelingen die mogelijk financiële gevolgen hebben. Voor een deel van deze ontwikkelingen zijn de effecten nog onvoldoende concreet om deze op dit moment financieel te verwerken.

·         De ambities voor erfgoed zoals opgenomen in de Omgevingsvisie en het concept Programma Erfgoed vragen om uitvoering. Naast de structurele inzet voor uitvoering en subsidieregelingen bevat het programma ook een aantal noodzakelijke incidentele maatregelen. Dit betreft onder meer onderzoek naar de mogelijkheid van een beschermd stadsgezicht, inventarisaties van cultuurhistorische waarden en het inventariseren en aanwijzen van beeldbepalende panden. Als we deze ambities willen waarmaken leidt dit tot meer kosten in de begroting. Het is aan de (nieuwe) raad om hier kaders in te stellen.

·         Eind 2025 is de toeristisch-recreatieve agenda vastgesteld (Z25.513455). De activiteiten hebben een projectmatig karakter en richten zich op het versterken van de bezoekerseconomie en op recreatieve voorzieningen en activiteiten voor inwoners om te ontmoeten, ontspannen, plezier te hebben en te bewegen. We onderzoeken welke ruimte er is binnen de bestaande begroting. Mogelijk zijn er extra incidentele middelen nodig.

·         Het Rijk stimuleert klimaat- en energiebeleid met een tijdelijke regeling voor extra capaciteit. Deze regeling heet ‘capaciteit decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid’ (CDOKE). De inzet, onder andere voor netcongestie en vastgoedbeheer, wordt tot en met 2026 betaald uit CDOKE-gelden. Vanaf 2027 worden deze middelen anders ingezet, waardoor de financiële dekking voor deze capaciteit vervalt. Dat leidt tot een vraagstuk rond de continuïteit van deze werkzaamheden.

·         De nieuwe wet versterking regie volkshuisvesting die per 1 juli 2026 in werking treedt, betekent o.a. dat gemeenten verplicht zijn binnen een termijn van 2 jaar een volkshuisvestelijk programma en een regionaal afgestemde huisvestingsverordening vastgesteld te hebben. De gemeente ontvangt wel in 2026 eenmalig een uitkering vanuit het Rijk voor het opstellen van het programma voor 2026. Het is mogelijk dat we in 2027 ook middelen ontvangen vanuit het Rijk voor de verdere uitvoering, maar dat is vooralsnog onduidelijk.

·         Vanaf de Kadernota 2021 is voor wijk- en buurtbeheer een structurele taakstelling opgenomen. De veronderstelling daarbij was dat door, in samenwerking met externe partners, een strategisch plan te ontwikkelen voor het onderhoud van de buitenruimte – inclusief een doelmatige inzet van financiële middelen – vanaf 2023 een structurele besparing van € 130.000 gerealiseerd kon worden. Inmiddels blijkt dat deze taakstelling te ambitieus is en in de praktijk niet realiseerbaar. We onderzoeken of dit oplosbaar is binnen de bestaande begroting.

·         Beperkingen op het elektriciteitsnet door netcongestie kunnen gevolgen hebben voor woningbouw, economische ontwikkeling en maatschappelijke voorzieningen. De financiële gevolgen voor gemeenten kunnen zijn: directe begrotingseffecten (zoals voor grondopbrengsten, leges- en OZB-inkomsten en projectkosten), macro-economische effecten (zoals werkgelegenheid en investeringen) en transitiekosten van de energietransitie (zoals extra infrastructuur en flexibiliteitsmaatregelen). De omvang hiervan is nog onzeker en afhankelijk van landelijke en regionale ontwikkelingen.

·         Door geopolitieke ontwikkelingen kan de inflatie weer oplopen. Dat uit zich in hogere prijzen voor producten, diensten en energiekosten, zoals gaskosten voor onze gemeentelijke gebouwen. Het college streeft naar het verminderen van onze CO2-uitstoot en gasverbruik volgens de Routekaart klimaatneutraal 2030/2040. Zie ook https://www.wageningen.nl/wp-content/uploads/2022/06/Routekaart-Wageningen-Klimaatneutraal-2030-tot-2040.pdf (zaaknummer BSP/21.0202093).

·         De investering voor de tweede brug Kortenoord wordt momenteel nog uitgewerkt, maar zal naar verwachting worden voorgesteld om te starten in 2027. Dit is ook een voorwaarde om aanspraak te maken op een subsidie. Wanneer dit verder is uitgewerkt komen we terug bij uw raad met een kredietaanvraag.

·         Eén van de verzinkbare palen in het centrum is niet meer te repareren. De andere (5) zijn ook niet meer in goede staat. Mogelijk leidt dit tot een investeringsvoorstel. Het college onderzoekt of we dit ook op een andere manier kunnen oplossen

·         Uit de kwaliteitsinspectie van het openbaar groen (2025) blijkt dat in de komende jaren een renovatie- en vervangingsopgave voor plantsoenen bestaat met een omvang van circa € 1,6 miljoen. Deze werkzaamheden worden gefaseerd uitgevoerd over een periode van zes jaar, waarbij de eerste fase start in 2026. We onderzoeken of deze opgave binnen bestaande budgetten in de begroting kan worden uitgevoerd.

·         Tijdens de bespreking van de wensen en bedenkingen bij de Startnotitie Menzis op 9 maart jl. heeft de raad motie 5M4 aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen te onderzoeken op welke wijze de gemeente kan bijdragen aan de exploitatie van ontmoetingsruimten op het Menzis-terrein. De uitwerking van deze motie leidt naar verwachting tot financiële effecten die niet in de begroting zijn voorzien. De raad wordt hierover op een later moment via een informatienota geïnformeerd, zodat deze kan worden betrokken bij de integrale afweging in het kader van de Begroting 2027.

Bestuur en organisatie

Terug naar navigatie - 5. Overige ontwikkelingen en risico's in beeld - Bestuur en organisatie

Binnen programma 3 Bestuur en Organisatie zijn de onderstaande ontwikkelingen nog te noemen.

·         De Wet Markt en Overheid geeft gedragsregels voor economische activiteiten die overheden verrichten, met als doel om oneerlijke concurrentie door de overheid te voorkomen. Het is een gemeente-breed product, dat alle programma’s in de begroting raakt. De Wet Markt en Overheid is tijdelijk verlengd tot 1 juli 2027. De verwachting is dat deze wet definitief gaat worden, maar wel met de nodige wijzigingen, waardoor waarschijnlijk extra juridische inzet nodig is.

·         In de begroting zijn structurele middelen opgenomen voor de Wet Open Overheid (WOO), die de gemeente via de uitkering Gemeentefonds van het Rijk ontvangt. De budgetten worden ingezet voor de uitvoering en worden door het college deels omgezet in formatie. De WOO verzoeken worden in aantal meer en groter en vergen meer tijd in uitvoering en begeleiding. Dit vraagt om extra juridische inzet (0,44 fte). Het college verwerkt deze omzetting naar formatie budgetneutraal in de begroting.

·         In verband met de groei van de gemeente en de daarmee samenhangende volumegroei van de werkzaamheden bij de personeelsondersteuning heeft het college besloten tot een minimale formatie-uitbreiding van 0,28 fte. Deze formatie-uitbreiding is budgetneutraal en wordt bekostigd uit de overhead.