4. Toelichting op de ruimtevragende ontwikkelingen

Toelichtingen Wageningen Sociaal

Terug naar navigatie - 4. Toelichting op de ruimtevragende ontwikkelingen - Toelichtingen Wageningen Sociaal

1.1 Stevig Lokaal Team sociaal domein

Vanuit diverse akkoorden (o.a. Hervormingsagenda Jeugd, Toekomstscenario Kind en Gezinsbescherming, Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord) hebben de gemeenten de opdracht om het stelsel van hulp, ondersteuning en de toegang te hervormen. De opdracht is dat elke gemeente een Stevig Lokaal Team ontwikkelt op basis van 13 uitgangspunten waar in VNG-verband afspraken over zijn gemaakt. Het doel is om te komen tot een betere verdeling van zorg en ondersteuning en een betere betaalbaarheid. Als de gemeente hier geen invulling aan kan geven, kan dit leiden tot oplopende kosten, toename van wachtlijsten, van onveiligheid en van gezinsproblematiek. De geraamde kosten zijn voor projectinzet, ontwikkelkosten voor de uitvoering. Dit past binnen de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, zie de nadere toelichting hieronder bij 1.2.

1.2 Extra capaciteit voor inhaalslag wachtlijsten Jeugdzorg en WMO

In 2026 en 2027 wordt voorgesteld om extra tijdelijke capaciteit in te zetten om wachttijden in de jeugdzorg (en WMO) te verkorten. Dit betreft een inhaalslag. Ook is het doel om escalaties te voorkomen en de kwaliteit en regierol van de gemeente te versterken. Daarnaast vindt er een versterking plaats van het lokaal team sociaal domein.

Deze tijdelijke uitbreiding past binnen de uitvoering van de Hervormingsagenda Jeugd, waarin gemeenten inzetten op versterking van de lokale toegang en stevige lokale teams, zodat hulp eerder, integraler en dichter bij gezinnen kan worden georganiseerd. De jaren 2026 en 2027 zijn daarbij nadrukkelijk overgangsjaren, waarin gemeenten de afgesproken beweging moeten realiseren, terwijl de beoogde financiële effecten van de hervormingen naar verwachting pas vanaf 2028 zichtbaar worden.

De personele uitbreiding heeft daarom een tijdelijk karakter en legt geen structureel beslag op de gemeentelijke middelen. De extra inkomsten uit het Rijk voor 2026 en 2027 zijn al verwerkt in de Programmabegroting 2026, maar de lasten voor tijdelijke extra capaciteit nog niet. Hiermee wordt voor deze periode ruimte geboden om de noodzakelijke uitvoeringskracht op orde te brengen in aanloop naar het volgende advies van de deskundigencommissie-Van Ark in 2027 over de voortgang, uitvoerbaarheid en financiële houdbaarheid van de Hervormingsagenda Jeugd.

1.3 Tijdelijke huisvesting St. Jozefschool

In 2025 is gestart met de voorbereidingen voor de nieuwbouw van de St. Jozefschool. De investering in een nieuwe basisschool beoogt een toekomstbestendige, inclusieve en duurzame leeromgeving te creëren die bijdraagt aan betere leerresultaten. De nieuwe school zal ook dienen als een ontmoetingsplek en multifunctionele voorziening voor de wijk waardoor een sterkere sociale samenhang wordt gecreëerd.

De gemeente is verantwoordelijk voor het sloop- en bouwrijp maken en het schoolbestuur. Voor de tijdelijke huisvesting van de St. Jozefschool wordt het gebouw van de Margrietschool gebruikt. Echter kan dit gebouw niet alle klassen huisvesten. Om die reden is het nodig dat een alternatieve locatie wordt gehuurd. In 2027 is hiervoor nog geen budget opgenomen in de begroting. De inschatting is dat hier in 2027 (of mogelijk 2028) een incidenteel budget voor nodig is van € 60.000.

1.4 Samen Sterk: werken aan een veerkrachtige samenleving

Met het project Samen Sterk: werken aan een veerkrachtige samenleving werkt de gemeente aan het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en samenredzaamheid in wijken en buurten, met bijzondere aandacht voor inwoners in een kwetsbare positie. Daarbij gaat het nadrukkelijk ook om mensen met een smalle beurs die in een crisissituatie extra ondersteuning nodig kunnen hebben.

De gemeenteraad heeft deze richting nadrukkelijk ondersteund met de aanneming van motie 3M9, waarin het college wordt opgeroepen bij de uitwerking van de projectopdracht weerbaarheid rekening te houden met mensen in een kwetsbare positie en extra aandacht te hebben voor ondersteuning in crisissituaties. De portefeuillehouder heeft de raad hierover vervolgens geïnformeerd in de informatienota “Stand van zaken motie 3M9” met zaaknummer Z26.559483. Daarin is aangegeven dat het college de motie uitvoert binnen het project Samen Sterk: werken aan een veerkrachtige samenleving en dat in de projectopdracht expliciet aandacht wordt besteed aan kwetsbare inwoners volgens de brede definitie uit de motie. Ook is daarin opgenomen dat bestaande initiatieven rond samenredzaamheid worden betrokken en waar mogelijk gekoppeld aan op te richten noodsteunpunten.

De gemeente werkt hierbij samen met de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM), zodat de lokale aanpak goed aansluit op de regionale crisisaanpak en schaalvoordelen kunnen worden benut. In 2026 worden de voorbereidingen getroffen voor het inrichten van noodsteunpunten. De daadwerkelijke implementatie van een aantal noodsteunpunten is voorzien in 2027. Daarbij wordt vanaf het begin rekening gehouden met de positie van kwetsbare inwoners.

Om deze aanpak mogelijk te maken, is het nodig in de meerjarenbegroting middelen op te nemen voor incidentele investeringen en tijdelijke projectcapaciteit. Mogelijk ontvangen we (of VGGM) hiervoor middelen van het Rijk maar dat is vooralsnog onduidelijk. Deze ruimtevragende ontwikkeling betreft onder meer investeringen in noodaggregaten (€ 315.000 opgenomen in tabel investeringen) en incidentele middelen voor personele inzet en projectkosten (€ 99.040). Na deze periode kan aanvullend een beperkt budget nodig zijn voor beheers- en gebruikskosten, zoals onderhoud en verbruikskosten van materialen.

Toelichtingen Wageningen Fysiek

Terug naar navigatie - 4. Toelichting op de ruimtevragende ontwikkelingen - Toelichtingen Wageningen Fysiek

2.1 Onderhoud gemeentelijke gebouwen

In 2025 heeft uw raad besloten te werken met een voorziening voor groot onderhoud op basis van meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). In tegenstelling tot hoe we eerder vaak werkte met kredieten waarop je vervolgens jaarlijks afschrijft. Bij de nieuwe werkwijze wordt het groot onderhoud planmatig geraamd en via een jaarlijkse dotatie aan de voorziening gefinancierd, terwijl dagelijks onderhoud en contractonderhoud direct in de exploitatie worden verantwoord. In de Kadernota tussenevaluatie 2025 is deze methodiek geïntroduceerd en is ook de voorziening groot onderhoud gebouwen ingesteld.

Uit een actualisatie van de onderhoudsplannen blijkt dat de financiële doorwerking van de onderhoudsbehoefte in de meerjarenbegroting nog onvoldoende is verwerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn opgesteld door een externe partij en vormen de objectieve basis voor de bepaling van de onderhoudsbehoefte. Inmiddels heeft deze partij de gemeentelijke gebouwen nader geïnventariseerd en beter in kaart gebracht. Daardoor is een scherper beeld ontstaan van de staat van de gebouwen en de benodigde onderhoudswerkzaamheden. De meerjarige onderhoudsplannen worden 3-jaarlijks herijkt.

De systematiek van begroten en reserveren blijft daarmee hetzelfde, maar de onderliggende onderhoudsplannen zijn bijgesteld op basis van deze geactualiseerde inzichten. Daarnaast blijkt uit analyse van de gerealiseerde onderhoudskosten dat de uitgaven harder stijgen dan eerder voorzien. Vooral het dagelijks onderhoud is lastig te begroten, omdat we van tevoren lastig kunnen zien wat er op ons afkomt. Om die reden begroten we dit altijd op basis van het gemiddelde van de afgelopen 3 jaar. Wederom is de systematiek ongewijzigd, maar de sterkere stijging van uitgaven leidt tot dit voorstel voor hogere onderhoudsbudgetten. Hiermee wordt de begroting weer in lijn gebracht met de onderhoudsplannen voor het gemeentelijk vastgoed en kan het noodzakelijke onderhoud planmatig en beheerst worden uitgevoerd.

Wanneer deze bijstelling niet plaatsvindt, ontstaat structureel onvoldoende budget om het benodigde onderhoud uit te voeren. Dit leidt tot uitstel van onderhoud, verslechtering van de staat van gebouwen en uiteindelijk hogere kosten op de langere termijn.

2.2 Maatregelen inwonersakkoord

In december 2024 is het Plan van Aanpak inwonersberaad vastgesteld (D24.1247554). Daarna zijn voorbereidingen gestart en ontvingen 6.000 inwoners in januari 2025 een uitnodiging. Uiteindelijk namen 120 deelnemers – inclusief ondernemers, ambtenaren en politici – deel aan vijf fysieke bijeenkomsten en aanvullende online- en andere bijeenkomsten. Op 14 juni 2025 presenteerden de thema groepen hun voorstellen, waarna 55 voorstellen werden aangenomen en het inwonersakkoord vormden. Uw raad heeft via raadsbesluit D25.1387233 op 10 november 2025 positief besloten over het collegeadvies om de 55 voorstellen uit het inwonersakkoord over te nemen. Conform beslispunt 6 van het raadsvoorstel is vanaf 2026 jaarlijks een structureel bedrag van € 100.000 beschikbaar gesteld voor kleine verkeerskundige maatregelen.

2.3 Uitvoeringsprogramma Bomen Beleidsplan

Op 9 juli 2024 heeft uw raad het Uitvoeringsprogramma Bomen Beleidsplan (D24.1211362) vastgesteld. Het Bomenbeleidsplan beschrijft de maatschappelijke waarde van bomen voor klimaat, leefmilieu, biodiversiteit, gezondheid en natuurbeleving. Deze waarden zijn vertaald in ambities om een toekomstbestendig bomenbestand te behouden en te versterken. Dit gebeurt via programma’s voor onderhoud, vervanging, ontwikkeling en communicatie en participatie, en door te werken met verschillende boomcategorieën. Hierbij is er gekozen voor het scenario 1, optimaal vergroenen +. Scenario 1 richt zich op optimaal vergroenen, met als eerste stap het planten van minimaal één boom per straat. Hiermee wordt gewerkt aan de twee belangrijkste ambities om een toekomstbestendig bomenbestand te bereiken en wordt toegewerkt naar de 3-30-300-norm: minimaal uitzicht op 3 bomen vanuit iedere woning, minimaal 30% boomkroonbedekking per wijk en maximaal 300 meter loopafstand tot een koele en groene plek.

De volgende projecten van scenario 1 hebben vanaf 2027 een structureel effect op de meerjarenbegroting van de gemeente Wageningen:

Uitdeelactie

€ 17.500

Maximaliseren boomspiegels potentieel monumentale bomen

€ 34.500

Inzet Groene BOA

€ 40.000

Advisering bomen particulieren

€ 10.000

Jaarlijkse terugkoppeling monitoring

€ 10.000

Totaal

€ 112.000


2.4 Beheer en onderhoud plantsoenen en begraafplaatsen

In 2025 hebben de gemeenten in de arbeidsmarktregio afspraken gemaakt over het verhogen van de inleenvergoedingen voor medewerkers uit de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en beschut werk, inclusief de wijze van jaarlijkse indexering. Dit leidt aan de ene kant tot hogere inkomsten, en aan de andere kant tot hogere kosten. In Wageningen worden deze medewerkers onder meer ingezet bij het beheer en onderhoud van plantsoenen en begraafplaatsen. De hogere inkomsten die voortkomen uit deze aangepaste vergoedingen zijn al verwerkt in de meerjarenbegroting. De daarmee samenhangende hogere kosten voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte zijn per abuis nog niet verwerkt. We stellen voor om dit bij de begroting te herstellen.

2.5 Nieuw Kanaal Noord

Het betreft de voorbereiding van de BOPA-aanvraag (Buitenplanse OmgevingsPlanActiviteit) voor het project Nieuwe Kanaal Noord, die in samenhang met Nieuwe Kanaal Zuid zal worden uitgewerkt. Voor deze voorbereiding is inzet van zowel interne capaciteit als externe advisering noodzakelijk. Op dit moment is nog onduidelijk of de kosten kunnen worden gedekt binnen een grondexploitatie (Grex). Dit hangt samen met het onderzoek naar flexwonen op Nieuwe Kanaal Noord en de haalbaarheid om de locatie binnen tien jaar volledig te ontwikkelen als bedrijventerrein. Door onzekerheden rond flexwonen en netcongestie wordt het risico op vertraging als relatief groot ingeschat. De komende periode wordt een projectopdracht opgesteld, inclusief een kredietaanvraag. Daarbij zal ook duidelijkheid worden verkregen over de financiële dekking en de mogelijkheden voor het openen van een Grex.

2.6 Personele capaciteit voor Haven, Markt en Veer

Dit is een budget-neutraal voorstel om het inhuurbudget om te zetten naar middelen voor vaste capaciteit voor haven, markt en veer.

2.7 Personele capaciteit voor het ophalen van (zwerf)afval in de stad

Wij hebben momenteel twee voertuigen beschikbaar om (zwerf)afval op te halen in de stad, maar tegelijkertijd maar één bestuurder. Hierbij stellen we voor om een tweede bestuurder te financieren vanuit de opbrengst van het ingeleverde (zwerf)afval. Ook dit voorstel is budget-neutraal.

2.8 Personele capaciteit ten behoeve van netcongestie

Sinds de start van het programma Netcongestie is deze capaciteit structureel ingezet voor de coördinatie, afstemming met netbeheerders, regie op gemeentelijke infrastructuurprojecten en het intensiveren van projectmatig werken. Oorspronkelijk is deze inzet tijdelijk gefinancierd vanuit CDOKE-gelden en was capaciteit ingehuurd. Vanaf eind 2027 stopt de tijdelijke bekostiging, terwijl de gemeentelijke regietaak op het thema Netcongestie minstens van gelijke omvang blijft. Structurele borging is urgent om continuïteit, expertise en uitvoeringskracht te waarborgen, aansluitend bij wettelijke taken en bestuurlijke afspraken. Zonder structurele inbedding van deze functie ontstaat het risico dat projecten stilvallen en de gemeente maatschappelijke doelstellingen rondom energie en infrastructuur niet kan realiseren.

2.9 Personele capaciteit voor gemeentelijk vastgoedbeheer

Na vaststelling van het Strategisch Vastgoedbeleid is gewerkt aan een duurzame en toekomstbestendige vastgoedbeheerorganisatie, in eerste instantie is dit opgepakt met tijdelijke formatie en budgetten. De conclusie is nu dat de tijdelijke capaciteit structureel nodig blijkt. De actuele opgaven, zoals de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed (waaronder het voldoen aan de CO2-prestatieladder), het technisch onderhoud, het naleven van wet- en regelgeving, en professioneel klantmanagement (de 'huisbaas'-functie richting gebruikers en huurders), maken het onmogelijk om deze taken incidenteel of tijdelijk uit te voeren. De huidige bezetting is deels gebaseerd op tijdelijke capaciteit en inhuur, gefinancierd uit incidentele (CDOKE)middelen. Om toekomstbestendig beleid en continuïteit in de uitvoering te garanderen – met specifieke aandacht voor strategisch beleid, collegeafspraken, controlerende en toezichthoudende taken, en beheersbaarheid van risico's – is structurele capaciteit dan ook noodzakelijk. 

Toelichtingen Bestuur & organisatie

Terug naar navigatie - 4. Toelichting op de ruimtevragende ontwikkelingen - Toelichtingen Bestuur & organisatie

3.1 Hogere reiskostenvergoedingen woon-werk, overeenkomstig de nieuwe regeling Reiskostenvergoeding woon-werkverkeer

In het landelijk Klimaatakkoord is afgesproken, dat werk-gerelateerde mobiliteit minder CO2 moet uitstoten. In de Cao Gemeenten 2025–2027 zijn daarom afspraken gemaakt over duurzaam woon-werkverkeer. Gemeenten zijn verplicht om per 1 januari 2026 een reiskostenregeling voor woon-werkverkeer te hanteren. Voor de gemeente Wageningen betekent dit, dat vanaf 2026 een nieuwe regeling moest worden ingevoerd. Tot en met 2025 bestond alleen een fiscale uitruilmogelijkheid van reiskosten woon-werkverkeer via het Individueel Keuzebudget (IKB) en geen vergoeding voor woon-werkverkeer.

De nieuwe regeling stimuleert het gebruik van duurzame vervoersmiddelen zoals fietsen, lopen en openbaar vervoer, terwijl de regeling ook inclusief is voor medewerkers die afhankelijk zijn van de auto. Hiermee wordt bijgedragen aan de duurzaamheidsdoelen en aan aantrekkelijk werkgeverschap.

De financiële gevolgen worden ingeschat op € 310.000 per jaar. Deze raming is gebaseerd op de woon-werkafstanden van medewerkers, het geschatte aantal reisdagen en de verschillende tarieven per vervoermiddel. De werkelijke kosten kunnen hiervan afwijken. Indien dit het geval is, wordt de raad hierover via de reguliere planning- en controlcyclus geïnformeerd.

3.2 Structureel hogere premie voor de WGA-ERD verzekering met ingang van 1 januari 2026

Werkgevers kunnen kiezen het WGA-risico bij arbeidsongeschiktheid van een werknemer publiek onder te brengen bij het UWV of het eigen risico zelf te dragen (privaat). Het verschil tussen publiek (via het UWV) en eigen-risicodrager (privaat) is wie de kosten van ziekte en re-integratie draagt en wie het re-integratie-traject beheert. Bij publieke verzekering betaalt de werkgever premie en neemt het UWV de kosten en de regie over. Bij eigen-risicodragerschap draagt de werkgever zelf de kosten en is verantwoordelijk voor de re-integratie.

De gemeente Wageningen is eigen-risicodrager en heeft het individuele WGA-risico privaat verzekerd. Het verzekeringscontract liep af op 31 december 2025 (na de contractlooptijd van drie jaar). Een Europese aanbesteding voor een nieuwe verzekeringsperiode heeft plaatsgevonden in 2025. Op basis van de aanbestedingsresultaten en de kostenvergelijking is een nieuwe verzekeraar gekozen voor de nieuwe contractperiode 2026-2028. De premie voor de nieuwe verzekeringsperiode is aanzienlijk gestegen. De meerkosten ten opzichte van het vorige verzekeringscontract zijn substantieel, maar verklaarbaar en marktconform gezien de ontwikkeling van de loonsom, het (historisch-) verzuim, de WGA-instroom en de landelijke ontwikkelingen. De hogere lasten kunnen we deels dekken uit de hogere bijdrage van de inhouding op het salaris van de medewerkers en deels uit de budgettaire ruimte binnen de begroting. Per saldo is er meerjarig € 120.000 extra budget nodig.

3.3 Structurele lasten WKR-eindheffing

Mede door de uitbreiding van bestedingsdoelen van het IKB (Individueel Keuze Budget) valt een aanzienlijk hoger bedrag van de vergoedingen en verstrekkingen aan de werknemers in de vrije ruimte van de Werkkostenregeling (WKR) en wordt het wettelijke forfait (de maximale bestedingen in de vrije ruimte) overschreden. Over het bedrag van de overschrijding van het wettelijke forfait moet 80% loonheffing worden afgedragen. Gevolg is een aanzienlijk hogere afdracht aan de Belastingdienst van de WKR-eindheffing via de aangifte loonheffingen. De verwachting is een structureel hogere afdracht van € 60.000. Hierbij wordt vermeld dat de meeste gemeenten het forfaitbedrag overschrijden en een WKR-eindheffing moeten betalen.

3.4 Herinrichting raadzaal

Op 10 maart jl. heeft de raad het investeringskrediet voor de herinrichting van de raadzaal ter grootte van € 350.000 goedgekeurd. De investering wordt in het najaar van 2026 (september) gerealiseerd. De jaarlijkse afschrijvingslasten bedragen € 35.000 en komen vanaf het begrotingsjaar 2027 ten laste van het begrotingsresultaat.

3.5 ICT-werkplek (hardware en software) voor de nieuwe raad en de rekenkamer

Voor het goed kunnen uitvoeren van hun werkzaamheden worden raadsleden ondersteund met digitale voorzieningen. Met het aantreden van de nieuwe gemeenteraad worden de huidige ICT-werkplekken in het voorjaar van 2026 (april) vernieuwd. De structurele kosten bestaan uit kapitaallasten voor de laptops, licentiekosten voor software en email, en de kosten van beheer en ondersteuning van de digitale werkplek. Deze kosten worden geraamd op € 94.000 per jaar en zijn als volgt opgebouwd:

·         Aanschaf hardware: Raadsleden, fractiemedewerkers en rekenkamerleden krijgen allen een door de gemeente beheerde laptop. De laptops worden in vier jaar afgeschreven en vervangen met het aantreden van de daaropvolgende raad. (jaarlijkse kapitaallasten: € 9.000);

·         Licenties voor software: De laptops worden ingericht en voorzien van software om samen te kunnen werken op een moderne en veilige manier;

·         Emailaccounts: raadsleden krijgen een zakelijk emailadres. (jaarlijkse licentiekosten: € 29.000);

·         Beheer en ondersteuning: Tot slot worden de laptops en software beheerd, voorzien van updates en wordt gebruikersondersteuning geboden tijdens kantoortijden. Deze ICT-dienstverlening wordt geleverd door de leverancier die verantwoordelijk is voor het beheer van de ICT-infrastructuur van de gemeente (jaarlijkse kosten: € 56.000).

Steunfracties blijven, net als in de huidige situatie, gebruik maken van iPads. De kosten hiervan worden gedekt uit bestaande middelen, die in de begroting zijn opgenomen.

De implementatiekosten voor de inrichting van de nieuwe digitale werkplekken vallen in 2026 en worden verwerkt in de Bestuursrapportage voorjaar 2026.

3.6 Uitbreiding personele capaciteit voor intensivering DIG (Diversiteit, Inclusie & Gelijkwaardigheid)

In het Coalitieakkoord 2022-2026 ‘Samen aan de slag’ zijn de ambities en gemeentelijke doelstellingen uitgewerkt in 8 verschillende thema’s, waaronder thema 1.1 Diversiteit en inclusie & discriminatie. Uitgangspunt van het DIG-beleid is gelijke kansen voor iedereen, ongeacht afkomst, gender, geloof, seksuele oriëntatie, leeftijd, uiterlijk, handicap of grootte van de portemonnee. De concrete uitwerking van de ambities is vertaald naar 2 doelen:

1.            De eigen organisatie is in 2026 diverser, inclusiever en gelijkwaardiger dan bij de start in 2022.

2.            In de stad is in 2026 meer ruimte voor diversiteit, zijn we inclusiever en gelijkwaardiger dan in 2022.

De extra middelen voor de uitvoering van het DIG-beleid, die structureel via de nota van wijzigingen bij de Programmabegroting 2023 in de begroting zijn verwerkt, zijn met name ingezet voor de financiering van activiteiten in het kader van DIG voor alle inwoners van de gemeente, en hebben bijgedragen aan het realiseren van het tweede doel.

Op 10 februari 2026 heeft de raad de ‘Uitgangspunten voor beleid naar een inclusief Wageningen’ vastgesteld. Deze uitgangspunten voegen vier nieuwe inhoudelijke programmalijnen toe aan het huidige DIG-beleid, waaronder programmalijn 1: Gemeente Wageningen, een diverse en inclusieve organisatie. In de uitwerking van programmalijn 1 is aangegeven, dat de uitvoering moet worden gezien als een meerjarig traject, dat om extra capaciteit en middelen vraagt. We kijken daarbij wat mogelijk is binnen de bestaande capaciteit, maar zien tegelijkertijd dat er ook iets extra nodig is. Hiermee wordt de uitvoeringskracht van programmalijn 1: ‘Gemeente Wageningen, een diverse en inclusieve organisatie’ versterkt.